Comme Chez Soi** (Brussel)

Het is een stuk gastronomisch erfgoed (mocht dat bestaan), zeker onder de hoede van de legendarische Pierre Wynants, die tot aan zijn pensioen in 2006 de drie sterren van de Comme Chez Soi** gedurende 27 jaar koesterde. Opvolger en schoonzoon Lionel Rigolet diende er weliswaar één van in te leveren, maar toch konden wij een dergelijk monument niet langer links laten liggen…

Het prachtige en rijkelijk van late Art Nouveau toetsen voorziene pand ligt op het Rouppeplein, op enkele tientallen meter van een aanstormende concurrent van de jonge garde, Alexandre* Dionisio. Wat onmiddellijk opvalt, is de erg smalle eetzaal: zitbanken aan de muurkant, stoelen er recht tegenover, met eerder symbolische scheidingswanden tussen de tafels. Een en ander heeft als gevolg dat de tafel dient verschoven te worden om (meestal) de dames toegang te kunnen verlenen tot hun zitplaats. Erg vervelend als tussen twee gangen door even naar het toilet dient gegaan te worden… En de heren zitten dus allemaal – als we de dame even onbeleefd over het hoofd zien – naar de muur te turen. Een groot venster aan de achterkant van de eetruimte biedt zicht op de keuken.

Na het afgeven van onze autosleutels aan de (erg nodige) voiturier, werden we hartelijk ontvangen door gastvrouw Laurence. Na ons eerste Nederlandstalige antwoord werden we de rest van de avond onberispelijk in onze taal behandeld, op de (Spaanse) sommelier César Román na. Wij gingen voor het zesgangenmenu, want we hadden hoge verwachtingen van het extra gerecht (kalfszwezeriken met truffel!). Een vijftal erg kleine en weinig vuurwerk biedende hapjes begeleiden onze glazen uitstekende champagne. Dus stelden we al onze hoop op het eerste voorgerecht, kort gestoomde langoustine en king crab remoulade met yuzu, basilicum en Espelette peper. Helaas, toen de borden voor onze neus gezet werden, roken we meteen een visgeur: een onbetwistbaar teken dat er een niet-kraakvers ingrediënt op het bord lag. Kon dus enkel de langoustine of de krab zijn.

Ook het tweede voorgerecht leek erg veel potentieel in zich te hebben: een bouillon van sint-jakobsvruchten begeleid door kaffir bladeren, Thaïse kerrie, groene sansho en alikruiken. Zeker in zo’n bouillon zou je een batterij van smaken moeten kunnen steken. Helaas, pindakaas. Het draaide uit op een braaf, haast alledaags gerechtje, dat je een minuut nadat je het opgegeten had, alweer vergeten was. Spijtig, maar er waren nog 4 gerechten om het goed te maken. Te beginnen met de zeebaarsfilet met een reductie van syrah, wilde rijst en gestoofde spruitjes. Zeebaars blijft een prachtige vis, waar een chef alle kanten mee uit kan. Ook hier deed die dat met verve, zodat we opnieuw enige hoop begonnen te krijgen op de rest van dit culinair verhaal.

Als laatste voor de twee desserts kwamen dan de kalfszwezeriken met truffel uit de Vaucluse, shiitake en een krokante witloofsalade. De zwezeriken waren zoals we ze verwacht hadden: smeltend in de mond. Alleen… truffel leek te ontbreken! Haast geen zweem van smaak ervan te herkennen. Toen de gastvrouw, die erg attent onze bezorgde blikken al opgemerkt had, even kwam polsen, was de enige repliek… dat het seizoen eigenlijk al een beetje ten einde was! Vandaar onze bedenking: waarom dan een gerecht op je kaart zetten dat een (doorgaans als royaal beschouwd) ingrediënt vermeldt, waarvan je weet dat het buiten seizoen aan het gaan is? Een beginnende kok in een brasserie zouden we zo’n misstap misschien nog vergeven, maar niet een tweesterrenchef in een etablissement met een dergelijke renommee!

Gelukkig maakten beide desserts nog een beetje goed: eerst een cannelloni van exotische vruchten met sambabloemen, ananas, een lichte vanillesausje, citroenkruid en tempelierspeper, gevolgd door een duo van Belcolade chocolade met zoeloe thee, een yoghurt op basis van marshmallows en een sorbet van bloedappelsien. Twee topdesserts en prachtige visuele composities, maar het kalf (of moeten we hier niet eerder spreken van… de kalfszwezerik?) was helaas al verdronken tegen dan.

Voeg bij dit alles de méér dan stevige prijs, die precies nog aan het vroegere driesterrenniveau is blijven plakken: een kleine 200 EUR per persoon voor het menu plus 15 EUR per glas champagne. Bovendien is er geen formule met aangepaste wijnen of wijnen per glas, zodat je verplicht bent om iets te kiezen uit de weliswaar impressionante maar uiterst prijzige wijnkaart-op-iPad (een gadget die we voordien enkel tegengekomen waren in de Jardin Tropical*, toen die nog zijn sterambities probeerde hoog te houden), waar je eerder flessen richting 300 à 500 EUR dan onder de 100 EUR op aantrof… Kortom, beneden de 600 EUR kom je moeilijk met zijn tweeën buiten hier!

Als uitsmijter beleefden we nog een stukje slapstick op het propvol geparkeerde Rouppeplein, waar de voiturier er niets beter op gevonden had dan te proberen om ons druk gesticulerend een doorgang aan te smeren tussen de veel te dicht op elkaar gepakte auto’s. Enkel nadat we de gastvrouw er terug bij gehaald hadden, bleek hij plotseling wel bereid om een wagen te verplaatsen, zodat we verder konden. Een detail dat niets te maken heeft met de keuken, maar wel “blijft plakken”…

Kortom, Comme Chez Soi? Plus pour moi!

=======================================
Wat anderen vinden van de Comme Chez Soi?

ElizabethOnFood

Coolinary

Brusselblogt.be

American in Spain

The Wandering Epicures

The Phyllis List

Advertenties