Da Vinci** (Maasbracht)

Het eerste wat je opvalt bij je aankomst aan restaurant Da Vinci** in het Nederlandse Maasbracht, is het vrij imposante, moderne, ja zelfs trendy ogend gebouw. Eens je de drempel voorbij bent, en verwelkomd door de alom tegenwoordige eigenaar Petro Kools (partner van Margo Reuten, de enige vrouwelijke tweesterrenchef van Nederland), blijf je bewonderend rondkijken naar het gebouw en zijn inrichting vol somptueuze, brede trappen, tussenniveau’s, loungy aperitiefplekken met zalig zittende zetels en allerlei intrigerende aandachtstrekkers. De kroon wordt daarbij gespannen door een Fiat 500 uit 1967, die in Umbrië op de kop getikt werd en mits enig kunst- en vliegwerk (te bewonderen op YouTube) een plaatsje vond op een verhoog pal in het verlengde van de inkomhal.

De aperitiefkeuze kan niet naast Moët & Chandon, want een muur die de onderkant van het pand met zijn plafond verbindt, is volledig met dit merk versierd, dus “noblesse oblige”… Daarbij komen een viertal hapjes waarbij al direct een toets van het kunnen van Chef Margo in het oog springt: een rood bolletje van witte chocolade opgevuld met een vloeistof op basis van peren, die bij het doorbijten van de korst een smaakexplosie in je mond teweeg brengt. Vreemd genoeg blijft het daarbij, zelfs tijdens het bijschenken van de champagneglazen. We moeten wachten tot aan tafel, vooraleer een prachtig warm soepje van smaken het rijtje amuses afsluit.

Van het Margo’s Meesterlijk Menu kan je alle zeven, zes of vijf gangen nemen. Wij kozen ervoor om het obligate  kaasassortiment aan ons voorbij te laten gaan, gezien de vrij minimale inbreng van de Chef in dat soort toestanden. Als eerste kwam meteen ook wat achteraf het hoogtepunt ging blijken te zijn: Atlantische koningskrab op in Campari gemarineerde schijfjes sint-jakobsschelp, druiven en komkommer. Een symfonie van vleugjes bitterheid en frisse zurigheid, wellicht een iets te extreem smakenpalet voor velen, maar voor ons een schot in de culinaire roos! Opvolger werd zeetong met Bouchot mosseltjes, begeleid door in Pernod gestoofde venkel en overgoten met een kerriesaus. Alweer een topper om even stil van te worden. Dan moest de Noordzee tarbot nog komen, versterkt door een met spinazie gevulde ravioli, bloemkool, een gepocheerd kwarteleitje en een mooie hollandaisesaus.

En terwijl we de keuzes van de sommelier aan het bewonderen waren (van klassieke Bourgogne, over zachte Riesling tot een Zuid-Afrikaanse dieprode die aan je slokdarm bleef plakken) waren we al aan het hoofdgerecht toe: enkele kleine plakjes Hollandse hazenrug met bittere chocolade, spruitjes, rode kool, oude Nederlandse wortelsoorten en een rode portwijnsaus. Niets op aan te merken. Op tweesterrenniveau, zoals het hoorde! Wat daarna nog volgde was dat iets minder, vooral door de mierzoete overdaad aan suiker: karamelchocolade met passievrucht, een krokant van hazelnoot, luchtige chocolade bros en in een begeleidend schaaltje een fris bolletje hazelnootijs. Ook de afsluitende zoetjes gingen resoluut diezelfde zoete toer op, en lieten we dan ook grotendeels aan ons voorbijgaan.

Maar los daarvan is Da Vinci aan de Limburgse Maas een mooie, gezellige en smaakvolle ontdekking. Hier kent men zijn job, en wordt gekookt op een even hoog niveau als dat van de interieurinrichting van het gebouw. Kortom, een aanrader!

Wat anderen vinden van Da Vinci?
================================

restaurantrecensiesvancarla

Astridstaste.com

Roger Claessen

 

Advertenties

La Truffe Noire* (Brussel)

Allereerst dit: La Truffe Noire* was tweede keus. Onze reservatie bij opkomend talent L’Essenciel in Leuven werd op het laatste nippertje eenzijdig geannuleerd (niet meer doen, hee, Niels, of we gaan ons kwaad maken 😉 ) Maar goed, alle hoop werd dan maar in de handen van Luigi Ciciriello gelegd. En dat zouden we geweten hebben…

Het restaurant ligt op een ideale plaats, in de commerciële betekenis van het woord: vlakbij het begin van de Louizalaan en het Terkamerenbos, in een buurt vol ambassades, statige bourgeoisiehuizen, ja zelfs een compleet afgesloten en bewaakte “compound” voor rijke Fransen en andere fiscale uitwijkelingen. Het enige niet zo ideale eraan is de complete afwezigheid van parkeergelegenheid. Je bent dus 100% zeker aangewezen op de voiturier, die net voor onze aankomst een flashy Maserati aan het wegmanoeuvreren was. Bleek het voertuig van de eigenaar Himself te zijn, die met nog andere Italiaanse (vooral vestimentaire en gesticulaire) trekjes zou uitpakken.

Binnenin valt een best aangename en gezellige mix op van art-deco-achtige statigheid en trendy modernistische toetsen. De eetzaal is gelukkig iets ruimer en breder, maar deed ons toch wat aan de Comme Chez Soi** denken. Het restaurant doet verder zijn naam alle eer aan: nog vóór de aperitieven op tafel staan, krijg je meneer Ciciriello (“Maître de Maison“, prijkt er op zijn visitekaartje) al een eerste keer aan je tafel met twee bokalen truffels, een voor de witte en een voor de zwarte. Elke klant wordt uitgenodigd in beide eens zijn of haar neus te steken, en te beamen wat hij je bijna influistert, namelijk dat de witte inderdaad sterker en geuriger overkomen. Het zou ook de laatste keer niet zijn dat we door hem bijna met de neus in een pot of bord gedrukt zouden worden, en dat ook bij de andere tafels zagen gebeuren. Enkel de obligate toeristen leken er verrukt door…

Omdat een paar gerechten onze aandacht hadden getrokken, gingen we uitzonderlijk eens voor een à la carte aanpak. Eerst kregen we een plankje met een drietal hapjes voorgeschoteld, die ofwel nogal droogjes en smakeloos doorgeslikt werden, ofwel – in het geval van een reageerbuisje met een warm (pompoen?)soepje – een onaangenaam zurige nasmaak nalieten, vergelijkbaar met wat je in de mond krijgt als je soep iets te lang in de koelkast bewaard hebt. Vlug vergeten, die handel! Maar toch al een teken aan de wand, want een van onze gouden regels is dat de amuses meestal een reflectie zijn van het kunnen van de Chef en het niveau van de keuken. Een regel waartegen ook deze avond niet zou gezondigd worden…

Tweede teken aan de wand vormde de kaart, die veel te uitgebreid was om er een sterrenniveau te kunnen mee handhaven: naast vier menu’s (het vijfgangen Diamant-, het zesgangen Privilege- en het driegangen weekmenu, plus een apart viergangen menu voor wie hier met een Bongobon neerstreek), had je keuze uit dertien voorgerechten, zeven pastagerechten en acht hoofdgerechten. In sommige brasserieën is de keuze beperkter! Bij zo goed als elk gerecht had je ofwel een standaard er deel van uitmakende vorm van truffel (weze het als bestrooisel, onderdeel of in olie), ofwel optioneel de mogelijkheid er extra witte of zwarte truffel te laten opschilferen (mits telkens een stevige meerprijs). Onderaan viel ons een origineel zinnetje op: “In het belang van uw eigen comfort, verzoeken wij u vriendelijk uw gsm aan de receptie te laten of uit te schakelen“…

De voorgerechten die we best wel eens in combinatie met truffels een kans wilden geven, waren enerzijds een risotto van koningskrab met Thaise groene asperges en geraspte zwarte truffel, en anderzijds roereieren van Columbusei met truffels en bruschetta van lookbrood. We maakten een eerste maal kennis met de gigantische porties die je hier voorgeschoteld krijgt, en die je onmiddellijk alle eetlust wegnemen. De roereieren bleken helaas niets meer dan dat, zelfs al moesten we (op zachte dwang van de Maître de Maison) er eerst met de neus boven gaan hangen om al een zweem van de gebruikte truffelolie op te vangen, waarna hij er nog een stevig laagje witte aan toevoegde.

Als hoofdgerechten hadden we gekozen voor een concerto van knapperige kalfszwezerik (die alles behalve knapperig bleken te zijn) en geroosterde kreeft, estragonsaus en gestoofde preisliertjes (alweer een verkleinwoord dat de lading niet dekte, want die eisten het bord haast voor zich alleen op), naast een geroosterd duifje van de Vendée (“duif” ware een gepaster vocabulaire geweest voor de veel te serieuze portie vlees op het bord) met Norciatruffel, een aardappelschotel met truffel (en – het moet gezegd – begeleid met een prachtige donkere saus) en – na het afruimen hiervan – de gegrilde bout op (zeg liever: verzinkend in een berg van) krulsla met truffeljus. Door zowat elk bord half over te laten, kon er uit het aanbod van elf stuks nog net een dessertje van ijs of sorbet bij, dat we onmiddellijk na het verwerken alweer vergeten waren.

Prijs voor dit alles? Met champagne als aperitief, twee (!) glazen passende wijn bij de gerechten en een klein flesje bruiswater net geen 340 EUR voor twee personen. Een prijs op **-niveau in een etablissement dat uiteindelijk, naar onze bescheiden mening, zelfs geen *-niveau haalt. Laten we het houden op: de betere Italiaanse brasserie, dat het eigenlijk uitsluitend moet hebben van het ingrediënt in zijn naam. Voor het overige weten het chefduo Aziz Bhatti & Erik Lindelauf niet echt een stempel te drukken op hun bereidingen. Dit in haast extreme tegenstelling tot wat Maître Luigi in zijn zaal voor mekaar krijgt.

Deze laatste stopte ons bij het afscheid nog een notitieblokje in de handen met zijn foto erop (een gezicht dat je zowat overal op tafel en in de menu’s tegemoet lacht) en deed ons uitgeleide met de belofte om het volgende keer bij kleinere porties te zullen houden. Dit veronderstelt dat er ooit een volgende keer komt. Wij vrezen van niet…

Wat anderen vinden van La Truffe Noire?
=================================

Madame Monsieur

Travel Café