De Gidsen van 2018

Deze keer geen individuele restaurantreview, maar ineens de verwerking van twee hele Bijbels, Michelin en Gault-Millau. De pas uitgekomen Michelingidsen 2018 voor België (+ Luxemburg) en Nederland deden bij ons de vraag rijzen wat de meest gegeerde sterrenregio van de Benelux zou kunnen zijn? En omdat ons voorstel even goed of slecht lijkt dan om ’t even welk ander voorstel, stellen we een straal van 40 km voor. Als middelpunt nemen we… Breskens! Geen idee hoe we bij dat kustdorpje uitgekomen zijn 😉

Wel, de resultaten zijn verbluffend!

Oftewel… 33 oude en nieuwe sterren verdeeld over 26 restaurants binnen de 40 km! Wie doet waar beter?

En als we daar dan nog de Gault-Millau 14-plussers (waar zich ongetwijfeld enkele toekomstige Michelinsterren tussen verschuilen) aan toevoegen, dan krijgen we er zo maar eventjes nog eens 39 restaurants bij:

  • Meliefste (NL) (16,5)
  • Markt XI (16)
  • Hemelrijk (NL) (16)
  • Il Trionfo (15,5)
  • Bruut (15,5)
  • Escabèche (15)
  • Rock-Fort (15)
  • Esmeralda (15)
  • ’t Vijfde Seizoen (15)
  • Karel de Stoute (15)
  • Bistro Refter (15)
  • Etablissement 1880 (NL) (15)
  • De Savoye (14)
  • La Ciboulette (14)
  • Alain Meessen (14)
  • Le Mystique (14)
  • ’t Pandreitje (14)
  • Tête Pressée (14)
  • Floris (14)
  • Naturell (14)
  • NZET (14)
  • A Food Affair (14)
  • Elckerlijc (14)
  • Hubert Gastrobar (14)
  • Bistrotheek Billiau (14)
  • Brasa (14)
  • ’t Kantientje (14)
  • D’Oude Schuur (14)
  • L’Autre Vie (14)
  • Roots (14)
  • Jef (14)
  • De Lozen Boer (14)
  • Le Kok sur Mer (14)
  • Het Binnenhof (NL) (14)
  • De Eetkamer (NL) (14)
  • The Roosevelt (NL) (14)
  • Scherp (NL) (14)
  • Bottles (NL) (14)
  • Dell’Arte (NL) (14)

En om het allemaal een beetje interactiever te maken…

Advertenties

Auberge De Herborist* (Sint-Andries)

“It’s a family affair” zou wel eens het favoriete nummer kunnen zijn ten huize Hanbuckers: vader Arnold bemachtigde zijn eerste ster in Ter Heyde, deed dat later nog eens over in de Auberge De Herborist* – Alex Hanbuckers, samen met zoon Alex, en lapte het een laatste keer vóór zijn pensioen in de A’Qi. In laatstgenoemde werd intussen afscheid genomen van het sterrendom, en vervelde het etablissement in 2016 naar een laagdrempeliger Cantine Copine (naar de naam van de enige vrouwelijke sterrenchef die Vlaanderen rijk was en tot 2014 als vennoot van chef Arnold meedraaide).

Het restaurant ligt wat afgelegen in Vlaandrens Velden, zelfs al raast het verkeer vlakbij op de E-40 kust- of Brusselwaarts. In wat blijkbaar ooit een boerderij was, zijn nu de talrijke kamertjes omgetoverd tot een verdeelde eetruimte, met alle “restantjes” vandien: trapjes, haardruimtes, plafondbalken, lage gewelven,… Best gezellig, alhoewel een meer stijlvolle make-over wel eens deugd zou doen. Zo vonden wij de roestende, afgeleefde frigo als onderzetter voor een bloementuil niet echt van Michelin sterniveau. Maar we hadden al erger meegemaakt in de buurt…

De opener deed ons een beetje panikeren: een te zoete huiscocktail diende als begeleider voor een drietal fletse hapjes. Enkel de tomatengazpacho gaf wat zuur aan de opwarmende smaakpapillen, de overige twee exemplaren zijn we alweer vergeten. Maar dat kan even goed aan een ontluikende, milde vorm van Alzheimer liggen…

Gelukkig werd daarna de regel (“goede hapjes beloven prachtige gerechten, en vice-versa”) voor één keer overtreden. De bereiding van wilde zalm als binnenkomer, gevolgd door de “catch of the day” (vandaag dorade) en tenslotte de pasta van krab met tong waren stuk voor stuk puike gerechtjes waar niets op aan te merken viel. Bij elk onderdeel werden prima wijntjes geserveerd, alhoewel de bijhorende commentaar wel wat uitgebreider had gemogen (de afkomst en druivensoort lezen wij ook wel van het etiket af).

Topper van het menu was voor ons de wilde eend, die een rokerige toets meegekregen had op de Yakiniku, en aan tafel tot ontploffing gebracht werd met een fantastische saus op basis van cassis. Om werkelijk even stil van te worden. Voeg daarbij een stevige Spaanse rode, en je weet dat je hier nog terugkomt…

Afgesloten werd met een uitstekend dessertje rond abrikoos en witte chocolade, gevolgd door enkele fijne “mignardises” (zelfs al lieten we klassieke koffie/thee aan ons voorbij gaan – een attentie die je maar in weinig resto’s aangeboden krijgt). De daarop volgende rekening gleed feilloos van ons af (233€ voor 2 maal apero, een vijfgangenmenu met bijpassende, en spontaan bijgevulde wijntjes + water), onder het motto “Voor dergelijke kwaliteit speelt de prijs geen rol”.

Het moge duidelijk wezen: hier keren we nog terug! Herborist, jullie hebben er een paar nieuwe vaste klanten bij…

Wat anderen vinden van De Herborist?
==================================

The Bruges Vegan

Simon Says

Tables et Voyages

vaut le voyage

Starfood fairy

CenC Culinair

 

Cuines 33* (Knokke)

“Keuken” in het Catalaans, dat betekent Cuines 33* (Knokke) – Frederik Boussy & Edwin Menue*, en je vindt het als nummer 33 in de bescheiden Smedenstraat (een verlengstuk van de Lippenslaan) in het mondaine Knokke. Gezien de menukaart het enkel over tapas heeft, verwacht je een stevige Spaanse stempel. Die Zuiderse sfeer is in ieder geval het eerste dat opvalt als je de voordeur voorbij bent: de wat kitscherig ogende, in felle kleuren gestoken zetels en de tafeltjes die zo uit een kringloopwinkel lijken geplukt te zijn, zetten je volkomen op het verkeerde been. Want de dieper in het gebouw (en dus enigszins in het duister) liggende eetzaal is fijner en eleganter aangekleed door de interieurarchitect die ook de tien kilometer verder liggende Pure-C* voor zijn rekening nam. Ook de keuken is allesbehalve Spaans, maar eerder vrij kosmopolitisch, met nogal wat Aziatische toetsen.

Het was lang (meer dan 20 minuten!) wachten op het huisaperitief op basis van gin, dat bovendien door zijn iets té zoetigheid en vrij kleine portie die wachttijd niet eens waard bleek te zijn. Ook de – slechts – 2 (twee) hapjes lieten niet veel beloven, dus we zetten ons alvast al schrap voor wat daarna komen zou. Maar dat was volkomen onterecht, gelukkig! Het vijf man sterke team in de open keuken onder leiding van de chefs Frederik Boussy (met zus Fleur in de zaal) en Edwin Menue weet wat smaken zijn! Dat straalde al onmiddellijk af uit de keuze van de menutitels Sabor (5 gangen) en Gran Sabor (7 gangen). Die begonnen met apart geserveerde kokkels en mossels in een bereiding van dashi, jasmijn, pompelmoes en yoghurt. Wat een explosie in de mond! Een fantastische opener, die bijna niet meer te evenaren viel!

De twee rolletjes wagyu bief begeleid door pompoen, ui, ansjovis en wortel, die daarop volgden, verdwenen dan ook in het culinaire niets vergeleken met hun voorganger. Gelukkig bracht de derde opener, Noordzeekrab ‘Oriental’ in alweer een dubbele bereiding, deels rauw, deels gefrituurd, met tom kha kai, tempura en paksoi, voldoende soelaas om met blij gemoed het hoofdgerecht tegemoet te zien. Dat bleek een heerlijk ogende én smakende gelakte wilde eend te zijn, met peterseliewortel, sjitake zwammetjes, een kroketje van pollenta en alles mooi gekruid met ‘fivespice’. Ook het dessert mocht er best zijn, met chocolade in de hoofdrol samen met bergamot, ras el hanout en een beignet dat aan de buitenkant als een oliebol begon, maar binnenin eveneens in heerlijke chocolade uitbarstte.

Geen minpuntjes dan? Toch wel. Zo vonden wij het spijtig dat de drie voorgerechten met dezelfde vork-en-lepel combinatie dienden gegeten te worden. Het lijkt ons toch een kleine moeite om bij ieder gerecht voor een verse couvert te zorgen, en wagyu vleesrolletjes in stukjes snijden met een lepel is niet zo handig. Ook zagen we wijnrestjes uit verschillende flessen bijeen gegoten worden, wat op dit niveau niet zou mogen, en in ieder geval niet zo openlijk getoond aan de halve zaal. Ook is het etiket “tapas” hier niet echt op zijn plaats. Ons doet het eerder denken aan schalen proevertjes die in het midden van de tafel opgediend worden, en waar vervolgens iedereen naar hartelust mag uit putten. In de Cuines 33 bleek het om volwaardige, traditionele gerechten te gaan, in (gelukkig) niet al te grote porties. Een beetje vergelijkbaar met wat nieuwkomer Zappaz in Leuven aan het opzetten is.

Maar los daarvan, dit is een mooi en lekker adresje, waar wij zeker nog zullen naar terugkeren!

Wat anderen vinden van Cuines 33?
==================================

Be-gusto

Belgian Taste Buds

Vierbordjes.be

CenC Culinair

elidesc

Avocado van de Duivel

Des filles à retordre

Gingers on food

vaut le voyage

In Search Of Taste

Tasting Lifestyle

Le blog de Gilles Pudlowski

 

De Jonkman** (Sint-Kruis)

Ik zou misschien beter niet teveel woorden vuil maken aan De Jonkman** (Sint-Kruis) – Filip Claeys** van Filip Claeys, want dan ga ik geneigd zijn om te overdrijven, en maak ik de ervaring wellicht nog erger dan ze geweest is…

Een samenvatting, dan maar. Het begon al met het te zoete huisaperitief en het vijftal hapjes. Geen enkel bleef hangen, geen enkel schoot eruit, en meestal is dat al een veeg voorteken. Toegegeven, de kwarteleitjes straalden vakmanschap uit. Maar ons is het in de eerste plaats te doen om de smaak, en daar schoot het veel te vaak aan tekort. Bovendien is een stukje paling op een dikke, stevige snee brood niet echt meer een appetizer te noemen. Terwijl nergens enige zuurte (toch DE smaak bij uitstek om het hongergevoel aan te scherpen) te bespeuren viel.

Het vijfgangenmenu dan maar. Eerst een rondje rundstartaar met wat artisjok en paddenstoel. Na de laatste hap waren we de eerste alweer vergeten. Daarna kwam een vegetarisch gerechtje met als hoofdmoot gebakken sla, begeleid door wat yoghurt en overgoten met een sausje op basis van netels. Klonk goed en origineel, maar viel alweer door de mand. Zelfs de eerste de beste thuiskok weet dat je de nerven midden in de slabladen dient te verwijderen: ze zijn onaangenaam hard en smaakloos. Wel, hier kregen we die – letterlijk – tussen de kiezen. Een afknapper, is het woord dat me hier spontaan te binnen schiet…

We hadden voor het extra gerechtje rond Noordzeekrab gekozen. Alleen bleek deze haast onvindbaar in het geheel van venkel en tarbotjus. De krab bleek uiteindelijk geserveerd te zijn als een dun plakje dat onderaan het bord als een witte brei lag op te lossen in de jus. Weg knapperigheid, weg smaak. En dan moest het hoofdgerecht, pladijs met koolrabi, karnemelk en een saus op basis van koffie, nog komen. Het illustreerde des te meer het grote pijnpunt van elk gerecht dat we hier hebben zien passeren: smaak! Te weinig smaakcontrasten, te weinig extremen naast elkaar, alles kwam vrij flets en monotoon over.

Zelfs in de presentatie van de borden borrelde die monotonie naar boven. Zo blonk het vegetarisch gerecht uit in allerlei tinten… groen. Nergens een kleurrijk contrast met een bloemetje of een andere groente. Bovendien zagen we iets teveel dezelfde koolrabi- en ramenastoevoegingen terugkeren. En om het geheel compleet te maken, gaf ook de Dame des huizes geen enthousiaste en gemotiveerde indruk. Als je tegen je zin in je zaal rondloopt (zo kwam het toch over), blijf er dan uit weg!

Niets positiefs dan? Toch wel. Zo is de Chef erg aanwezig aan de tafels van zijn gasten, en dergelijke actes de présence zien we veel te weinig bij zijn concullega’s. De prijs is redelijk voor een tweesterrenrestaurant, maar dit had voor een groot deel te maken met het Dining With The Stars initiatief, waar wij op ingetekend hadden: 140 EUR voor een all-in (apero, 1 glas wijn per gerecht, water en koffie) vijfgangenmenu.

Alleen… de smaken halen geen twee, zelfs niet één enkel sterretje… Het moge duidelijk zijn: wij gaan Sint-Kruis schrappen van onze culinaire wegenkaart.

Wat anderen vinden van De Jonkman?
=================================

Le Gourmand Belge

ElizabethOnFood

WBP Stars

be-gusto

loftkitchen (Le Soir)

Belgian Taste Buds

Hedofoodia

Inspector Couteau

The Wandering Epicures

CenC Culinair

Mes & Vork (De Morgen)

Culinary Insights

Passione Gourmet

Starfood fairy

cyworld

Bartholomeus** (Heist)

Toen we vijf jaar geleden voor het eerst een bezoekje brachten aan de Bartholomeus** aan de Zeedijk van Heist, had het restaurant nog maar één ster. Intussen is chef Bart Desmidt een versnelling hoger gaan schakelen, en dat leverde hem twee jaar geleden een verdubbeling van zijn Michelin-niveau op. Hoog tijd dus om nog eens een kijkje (of moeten we in deze context eerder spreken van een “proefje”?) te gaan nemen!

Vorige keer hadden we een overnachting geboekt in het nabijgelegen Knokke, en dachten we te voet wel te zullen raken waar we moesten zijn, maar dat viel vreselijk tegen. Een uur te laat en totaal afgepeigerd bereikten we toen onze tafel. Dit zou ons deze keer niet overkomen, en dus zochten we een parkeerplaatsje in de Heistse binnenstad. Kost twee euro per uur, en je dient na elk uur (via sms) te verlengen, dus hou je dit best goed in de gaten. Intussen is deze plaats binnen fietsafstand van ons tweede verblijf aan zee komen te liggen, en dat zullen ze daar – na dit tweede bezoek – binnen afzienbare tijd wel geweten hebben.

Want laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: wat de Chef op ons bord toverde, was effenaf wereldklasse. In België troffen we (tot nog toe) enkel in het Hof Van Cleve*** en de Bon-Bon** gelijkwaardig of nog net ietsje beter aan. Het begon al met de voorproevertjes, waarbij het flinterdunne en zalig krokante bladerdeegrolletje rond de ganzenlever of de smaakexplosies in het afsluitende kommetje met allerlei fijns uit zee en uit de groenten- en kruidentuin getuigden van meesterschap en gastronomische ambities op hoog niveau. Geopend werd vervolgens met een vijftal plakjes sardines, gegaard op een geroosterd sneetje beschuit, en geserveerd met aubergine, yoghurt en sesam. We waren amper bekomen, of de langoustine met heerlijk gebrande prei, amandel en romesco sneden onze adem af. Hoofdschotel (maar what’s in a name?) vormde een perfect gebraden stukje uit de rug van het konijn in een heerlijke saus en begeleid door doperwten, bonenkruid en sjalot. Afgesloten werd met een compositie waarin frambozen de hoofdmoot vormden, samen met vlierbloesem, vanille en een perfect gebakken, flinterdunne Bretoense zanddeeg. Culinair viel hier werkelijk niets op te merken. Volop genieten was de enige boodschap!

En om te genieten ben je in de Bartholomeus op de juiste plaats. Er is het unieke kader, knal op de Zeedijk met een onvergetelijk zicht waar je maar niet op uitgekeken raakt. Er is de uitstekende keuze van passende wijnen, waarmee ook gul bijgeschonken wordt (een geste die wij – vreemd genoeg 😉 – altijd weten naar waarde te schatten). Maar er is vooral de uitstekende service, waarbij iedereen je met een gemeende glimlach op je wenken bedient en sneller ingrijpt dan je zelf kunt vragen. Ook het praatje dat de Chef op het einde van de shift met het gezelschap van elke tafel komt voeren, is een teken van wederzijdse appreciatie dat we nog steeds in veel te weinig etablissementen aantreffen. Lijdt de rest van culinair België aan plankenkoorts, misschien?

Kortom, zelfs na hard zoeken (één van onze favoriete bezigheden in dit soort zaken 😉 ) vinden we hier niet het minste spoortje van mogelijke kritiek. In één woord heet zoiets… de perfectie!

Wat anderen vinden van de Bartholomeus?
====================================

be-gusto

Le Gourmand Belge

WBP Stars

Zwin Gevoelsstreek

Travels – Ballroom dancing – Amusement parks

coolinary.be

In Search of Taste

Belgian taste buds

Filet Pur

Inspector Couteau

CenC Culinair

Rakkendoedel

Het Nieuwsblad

Guyeatsfood

De Morgen

La Villa In The Sky* (Brussel)

Eerst drieëntwintig verdiepingen met de lift, dan nog eens twee verdiepingen via de trap, en je staat 125 meter hoog boven de Brusselse Louizalaan op de top van de IT Building. Daar huist La Villa In The Sky*, verworven door de eigenaar van La Villa Lorraine* en – vooral – uitgebaat door topchef Alexandre Dionisio. Die liet vorig jaar zijn sterrenzaak Alexandre* (en zijn partner) voor wat ze is, en nam zijn ster, keuken- en zaalploeg mee naar dit prachtige pand op deze unieke ligging. Daar was eerst nogal wat om te doen in de media, want het restaurant kreeg zijn ster zomaar toebedeeld zonder enig bezoek van een Michelininspecteur ondergaan te hebben. Gelijkenissen met het débâcle rond de Ostend Queen uit 2005 (dat op basis van de inbreng door Pierre Wynants een Bib Gourmand kreeg nog vóór zijn opening, wat zelfs leidde tot de intrekking voor correctie van de Michelingids dat jaar!) werden al snel aangehaald. Maar Michelin gooide olie op de golven door erop te wijzen dat hun oordeel in de eerste plaats aan de Chef plakt, en dus ook met hem/haar mee mag verhuizen naar andere oorden.

DSC02794

En dit oord mag er wezen! Het eerste wat in het oog springt, als je de kleine (amper een dikke twintig couverts) eetruimte binnenwandelt, is het weergaloze zicht op Brussel en wijde omgeving, zeg maar groot-Brabant en verder. Je raakt er tijdens de rest van het diner nooit op uitgekeken. Geen enkele tafel moet er bovendien ook maar iets van missen. Je hoeft dus absoluut geen “voorzorgen” te nemen bij de reservatie. De open keuken nestelt zich discreet maar erg zichtbaar op de achtergrond, en het samenspel van de vier souschefs met de Chef valt je eigenlijk pas op als het eerste “Waaaaaw!”-gevoel wat weggeëbd raakt. Drie personen zorgen voor de zaal, zodat hier uiteindelijk toch flink wat personeel bij elkaar steekt voor zo’n klein doelpubliek. Wellicht, samen met het dure pand, mede aan de basis van de stevige, meer dan tweesterrenniveau prijzen die hier gehandhaafd worden: 17 EUR voor een glas champagne (een huis-aperitief is er niet), 175 EUR voor het zesgangen “In The Sky” menu, plus 95 EUR voor aangepaste wijnen, inclusief dessertwijn.

Gelukkig zorgt de keuken van Chef Dionisio ervoor dat je die prijs haast onmiddellijk compleet vergeten bent, en er ook daarna nooit meer aan terugdenkt. We ondervonden het ooit in de Alexandre* en het werd nu ruimschoots bevestigd: hier schuilt wereldklasse! Je voelt het al aan het hoge smaakniveau van de hapjes en het wordt doorgetrokken in de vier voorgerechten, het hoofdgerecht en het dessert. Wat die juist inhouden, kom je pas aan tafel te weten, want er staan geen details op de website, er is geen kaart beschikbaar in het restaurant en je krijgt geen gedrukte samenvatting op je tafel. In ons geval waren de hoofdspelers respectievelijk kingkrab, kleine tongetjes, asperge, Iberico varken, melklam uit de Corèze en chocolade. Telkens kreeg je die in een gezapig tempo voorgeschoteld in overzichtelijke (dus kleine, en zo hebben we het graag) porties, begeleid door prachtige smaken, vaak met Oosterse toetsen. Er viel werkelijk geen enkel dipje te bespeuren: elk gerecht behield dat uitzonderlijke niveau en deed je sprakeloos nagenieten. En dat laatste kon je doen terwijl de lenteavond langzamerhand Brussel begon in te palmen:

DSC02795 DSC02800

Zijn er dan geen minpuntjes? Ach ja: je beschikt best over enige kennis van Frans of Engels. Dit is tenslotte Brussel 😉 Stukken erger, zeg maar effenaf rampzalig: de glazen worden – ondanks de toegepaste prijzen – niet bijgeschonken. Nooit! Nergens! Punt! En het blijkt niet evident om die glazen bokaal warm te houden: we zagen de meeste dames in de loop van de avond truitjes, sjaaltjes en jasjes opzoeken. Een paar extra bio-ethanol sierhaarden, type Ecosmart, zouden hier best op hun plaats zijn. Omgekeerd houden we ons hart vast voor waartoe de koeling (hopen we) al of (vrezen we) niet in staat gaat zijn in hartje zomer. Onze tip is dan ook om op veilig te mikken, en een tafel te boeken tijdens mei/juni of september/oktober.

Zoals hij ook steevast op zijn vorige stek deed, kwam de Chef je op het einde even persoonlijk polsen naar je oordeel. Ik kan me niet voorstellen dat iemand hierbij niet in superlatieven losbarst. Als hij dit niveau volhoudt, dan komt er binnen de kortste keren een ster bij. Wij gaan in ieder geval nog eens proeven en kijken hoe de avond over Brussel valt tijdens “l’été Indien”…

UPDATE
========

Eind 2015 kreeg La Villa In The Sky al – zoals aangekondigd in bovenstaande review – een welverdiende tweede ster! Tegelijkertijd slaagde ex-mevrouw Dionisio er in de Alexandre in om haar door haar man meegenomen ster te heroveren. Hierdoor heeft de Chef eigenlijk een beetje drie sterren, toch?

UPDATE OP DE UPDATE
===================

In de Michelingids van 2017 bleek die heroverde ster van de Alexandre helaas alweer verloren…

Wat anderen vinden van La Villa In The Sky?
======================================

De Tijd

Elle

Together Magazine

Le blog de Carlo de Pascale

Vierbordjes.be

Leeks and High Heels

The foodaholic

eating.be

The foodalist

Aux Petits Oignons* (Jodoigne)

We waren Stéphane Lefebvre een beetje uit het oog verloren. Nochtans waren we in 2007 en 2008 overtuigde vaste klanten van zijn Bistrot du Mail*, en vloekten we gemeend toen hij dit overliet aan Damien Bouchery. Sindsdien botsten we toevallig op de chef de salle Lionel Verjans in de Jaloa Gastronomique (toen dit nog zijn ster koesterde), en troffen we onlangs de chef himself terug aan in Aux Petits Oignons* in Jodoigne, waar een net verworven eerste ster voor de nodige motivatie en energie lijkt gezorgd te hebben.

Qua inrichting schippert Aux Petits Oignons tussen een brasserie en een sterrenrestaurant: eenvoudige lederen tafelnapjes, een vlotte, nonchalante bediening zonder al teveel poespas, ja zelfs het gordijn dat de toegang tot de eetzaal afschermt van de winterkoude buiten lijkt overgenomen te zijn uit de eveneens wat los ogende stijl van wijlen de Mail. Gelukkig geldt dit echter ook voor de keuken!

Aanvankelijk keken we wat vreemd op van het trio hapjes. Het koude proberen we snel te vergeten, de twee warme herpakten zich in crescendo naar het eerste voorgerecht toe: een schijfje gemarineerde zalm met een Fine de Claire oester erop en begeleid door komkommer, ramenas en wasabi. Knal erop! Dat ging eveneens op voor de Sint-Jakobsschelpen in het gezelschap van wat gerookte paling in een zalig butternutsausje en vergezeld van wat gegrilde sesam voor de crunch. Een fantastische smaakbom, waar we even stil van werden!

Als derde entrée tenslotte kwam een cannelloni van gekonfijte rundswang op tafel, afgewerkt met een blaadje groene kool, in de pan gebakken eendenlever en zwarte truffel. Het was alsof we – na zeven jaar intens uitkijken ernaar – eindelijk opnieuw die heerlijke pot-au-feu van de Mail voor ons neus gekregen hadden. Een culinair meesterwerkje van de Chef!

Het was daarom dan ook enigszins jammer dat het hoofdgerecht totaal de mist inging: het drietal bereidingen van kalf kwam neer op een lauw, haast koud stukje filet, begeleid door een klein, weliswaar correct gebakken zwezerikje en een in blanquette bereide, vrij smaakloze schouder. De tomaat, parmesaan en olijfolie gingen daarbij zowat alle kanten uit, en brachten allerminst harmonie noch visie in dit bord. We lieten dan ook het grootste gedeelte ervan aan ons voorbijgaan. Dit leverde vreemd genoeg geen vragen om verduidelijking op vanwege het afruimende personeel.

Gelukkig maakten de twee desserten veel goed: eerst een romige crème van witte chocolade en gember, met honing, rijst en gekonfijte peer, en daarna nog een fris ijssoepje met citronella, groene appel, een bolletje yoghurt en wat limoen. Een prachtige afsluiter!

En toen moest de mooiste ontdekking nog komen: de prijs, die blijkbaar ook (en gelukkig) op het niveau van de Bistrot du Mail gebleven is. Voor twee zesgangenmenu’s met aangepaste wijnen en een halfje bruis dienden we amper 175 EUR te betalen. Dit zorgt voor een van de beste prijs/kwaliteit-verhoudingen in onze gastronomische diaspora (misschien net nog in concurrentie met ’t Stoveke* of het Eyckerhof*). Het zal er mee voor zorgen dat we zeker nog terug zullen komen naar Aux Petits Oignons…

Wat anderen vinden van Aux Petits Oignons?
====================================

Le Gourmand Belge

Het Geel Bakstenen Huis

 

La Truffe Noire* (Brussel)

Allereerst dit: La Truffe Noire* was tweede keus. Onze reservatie bij opkomend talent L’Essenciel in Leuven werd op het laatste nippertje eenzijdig geannuleerd (niet meer doen, hee, Niels, of we gaan ons kwaad maken 😉 ) Maar goed, alle hoop werd dan maar in de handen van Luigi Ciciriello gelegd. En dat zouden we geweten hebben…

Het restaurant ligt op een ideale plaats, in de commerciële betekenis van het woord: vlakbij het begin van de Louizalaan en het Terkamerenbos, in een buurt vol ambassades, statige bourgeoisiehuizen, ja zelfs een compleet afgesloten en bewaakte “compound” voor rijke Fransen en andere fiscale uitwijkelingen. Het enige niet zo ideale eraan is de complete afwezigheid van parkeergelegenheid. Je bent dus 100% zeker aangewezen op de voiturier, die net voor onze aankomst een flashy Maserati aan het wegmanoeuvreren was. Bleek het voertuig van de eigenaar Himself te zijn, die met nog andere Italiaanse (vooral vestimentaire en gesticulaire) trekjes zou uitpakken.

Binnenin valt een best aangename en gezellige mix op van art-deco-achtige statigheid en trendy modernistische toetsen. De eetzaal is gelukkig iets ruimer en breder, maar deed ons toch wat aan de Comme Chez Soi** denken. Het restaurant doet verder zijn naam alle eer aan: nog vóór de aperitieven op tafel staan, krijg je meneer Ciciriello (“Maître de Maison“, prijkt er op zijn visitekaartje) al een eerste keer aan je tafel met twee bokalen truffels, een voor de witte en een voor de zwarte. Elke klant wordt uitgenodigd in beide eens zijn of haar neus te steken, en te beamen wat hij je bijna influistert, namelijk dat de witte inderdaad sterker en geuriger overkomen. Het zou ook de laatste keer niet zijn dat we door hem bijna met de neus in een pot of bord gedrukt zouden worden, en dat ook bij de andere tafels zagen gebeuren. Enkel de obligate toeristen leken er verrukt door…

Omdat een paar gerechten onze aandacht hadden getrokken, gingen we uitzonderlijk eens voor een à la carte aanpak. Eerst kregen we een plankje met een drietal hapjes voorgeschoteld, die ofwel nogal droogjes en smakeloos doorgeslikt werden, ofwel – in het geval van een reageerbuisje met een warm (pompoen?)soepje – een onaangenaam zurige nasmaak nalieten, vergelijkbaar met wat je in de mond krijgt als je soep iets te lang in de koelkast bewaard hebt. Vlug vergeten, die handel! Maar toch al een teken aan de wand, want een van onze gouden regels is dat de amuses meestal een reflectie zijn van het kunnen van de Chef en het niveau van de keuken. Een regel waartegen ook deze avond niet zou gezondigd worden…

Tweede teken aan de wand vormde de kaart, die veel te uitgebreid was om er een sterrenniveau te kunnen mee handhaven: naast vier menu’s (het vijfgangen Diamant-, het zesgangen Privilege- en het driegangen weekmenu, plus een apart viergangen menu voor wie hier met een Bongobon neerstreek), had je keuze uit dertien voorgerechten, zeven pastagerechten en acht hoofdgerechten. In sommige brasserieën is de keuze beperkter! Bij zo goed als elk gerecht had je ofwel een standaard er deel van uitmakende vorm van truffel (weze het als bestrooisel, onderdeel of in olie), ofwel optioneel de mogelijkheid er extra witte of zwarte truffel te laten opschilferen (mits telkens een stevige meerprijs). Onderaan viel ons een origineel zinnetje op: “In het belang van uw eigen comfort, verzoeken wij u vriendelijk uw gsm aan de receptie te laten of uit te schakelen“…

De voorgerechten die we best wel eens in combinatie met truffels een kans wilden geven, waren enerzijds een risotto van koningskrab met Thaise groene asperges en geraspte zwarte truffel, en anderzijds roereieren van Columbusei met truffels en bruschetta van lookbrood. We maakten een eerste maal kennis met de gigantische porties die je hier voorgeschoteld krijgt, en die je onmiddellijk alle eetlust wegnemen. De roereieren bleken helaas niets meer dan dat, zelfs al moesten we (op zachte dwang van de Maître de Maison) er eerst met de neus boven gaan hangen om al een zweem van de gebruikte truffelolie op te vangen, waarna hij er nog een stevig laagje witte aan toevoegde.

Als hoofdgerechten hadden we gekozen voor een concerto van knapperige kalfszwezerik (die alles behalve knapperig bleken te zijn) en geroosterde kreeft, estragonsaus en gestoofde preisliertjes (alweer een verkleinwoord dat de lading niet dekte, want die eisten het bord haast voor zich alleen op), naast een geroosterd duifje van de Vendée (“duif” ware een gepaster vocabulaire geweest voor de veel te serieuze portie vlees op het bord) met Norciatruffel, een aardappelschotel met truffel (en – het moet gezegd – begeleid met een prachtige donkere saus) en – na het afruimen hiervan – de gegrilde bout op (zeg liever: verzinkend in een berg van) krulsla met truffeljus. Door zowat elk bord half over te laten, kon er uit het aanbod van elf stuks nog net een dessertje van ijs of sorbet bij, dat we onmiddellijk na het verwerken alweer vergeten waren.

Prijs voor dit alles? Met champagne als aperitief, twee (!) glazen passende wijn bij de gerechten en een klein flesje bruiswater net geen 340 EUR voor twee personen. Een prijs op **-niveau in een etablissement dat uiteindelijk, naar onze bescheiden mening, zelfs geen *-niveau haalt. Laten we het houden op: de betere Italiaanse brasserie, dat het eigenlijk uitsluitend moet hebben van het ingrediënt in zijn naam. Voor het overige weten het chefduo Aziz Bhatti & Erik Lindelauf niet echt een stempel te drukken op hun bereidingen. Dit in haast extreme tegenstelling tot wat Maître Luigi in zijn zaal voor mekaar krijgt.

Deze laatste stopte ons bij het afscheid nog een notitieblokje in de handen met zijn foto erop (een gezicht dat je zowat overal op tafel en in de menu’s tegemoet lacht) en deed ons uitgeleide met de belofte om het volgende keer bij kleinere porties te zullen houden. Dit veronderstelt dat er ooit een volgende keer komt. Wij vrezen van niet…

Wat anderen vinden van La Truffe Noire?
=================================

Madame Monsieur

Travel Café

Hertog Jan*** (Zedelgem)

2014-08-15 15.31.11

Ja, het is een prachtig pand, die nieuwe locatie van de Hertog Jan***. Met een fenomenale, gigantische groenten- en kruidentuin, waar zowat elke tafel in de eetzaal een prachtig zicht op heeft. Je realiseert je dit des te meer als je na afloop van de maaltijd uitgenodigd wordt om – met een fris kruidendrankje – een wandeling doorheen dit groene, rust uitstralende paradijsje te maken. Van achteraan die tuin valt het contrast des te meer op tussen de rode, verweerde stenen van de oorspronkelijke woning op de achtergrond tegenover de zwarte, modernistische en met overheersende vensterpartijen opvallende nieuwbouw ervoor.

Maar…

Tijdens die wandeling langs de talrijke perken met groenten word je wat aan je lot overgelaten. Geen naambordjes, niets. Zelfs wij (met tientallen jaren expertise in de groenten en fruit groothandel) hadden het moeilijk om alle planten thuis te brengen. Voor een leek moet zo’n rondgang snel afstompen tot een digestieve wandeling zonder meerwaarde, en dat is spijtig voor een tuin met dergelijk potentieel.
Ook vielen een aantal rottende en verwelkte struiken en beplantingen enigszins uit de toon in wat toch het buitenwalhalla van smaak en verfijning zou moeten zijn. Had ik niet ergens gelezen dat Chef Gert De Mangeleer er een full time tuinier op nahoudt? Wel, die heeft nog heel wat werk op het schap!

Ja, De Mangeleer kan koken! Dat kwam al tot uiting in twee van de vier hapjes: het heerlijke barbecue spek in een soort knapperige kroepoek ingewerkt en pittoresk gepresenteerd op een bedje van stro, en het méringue bolletje met vlagen framboos en rode biet, dat een – gelukkig niet overheersend – stukje ganzenlever verborg. Het eerste voorgerecht van het “Korte Ontmoeting” menu waar wij voor gekozen hadden (hapjes, 2 voorgerechten, hoofdschotel en dessert – 115 EUR + 65 EUR “all-in”), blies ons vervolgens compleet omver: een stukje gerookte Oosterscheldepaling begeleid met venkel, het geheel in een sopje van miso dat als een ware smaakbom ontplofte in de mond. Het signatuurgerecht dat daarop volgde, de met ibericoham en snijboon opgevulde puntpaprika, verbleekte er (onterecht) enigszins bij.

2014-08-15 13.50.00

Maar…

Bij het hoofdgerecht ging het verkeerd. Eerst werden we een glas witte wijn ingeschonken, en werd ons een gerecht op basis van tarbot aangekondigd (de menu’s zijn naar inspiratie van de Chef samengesteld, en dus komt elke bereiding als een verrassing op je bord). We keken enigszins verbaasd naar het Opinel vleesmes dat intussen al klaargelegd was, en nog verbaasder toen ons Wagyu vlees voorgezet werd, klaargemaakt op de Mibrasa oven, en begeleid door een potje smeuïge aardappelpuree en een flinke kom groenten. Goed, de witte Bordeaux werd snel vervangen door een rode Spaanse. Maar we bleven met een dubbel gevoel achter: enerzijds voelden we geen meesterschap van de Chef in dit simpele gerecht (geef om het even welke hobbykok dezelfde ingrediënten, en de meesten zullen erin slagen zoiets op tafel te krijgen), en anderzijds begon het toen ook tot ons door te sijpelen dat de “all-in” formule betekende: één glas witte wijn voor de twee voorgerechten, en één glas rode wijn voor het hoofdgerecht. Geen denken aan bijschenken! Voor 32,5 EUR per stuk hadden we zonet de twee duurste glazen wijn uit onze culinaire geschiedenis gedronken…

Ja, op de net vermelde verwarring na is de dienst onberispelijk in Hertog Jan. Een achttal jonge medewerkers malen kilometers af in de grote (het kwam bij wijlen zelfs over als een enorme) eetzaal, waar voor (te) weinig of geen afscheiding tussen de tafels gezorgd werd. Mede-eigenaar Joachim Boudens houdt (en heeft) alles in het oog, en coacht voortdurend zijn team. En dat is nodig, want de meesten onder hen stralen niet echt veel ervaring uit.

Maar…

De eetzaal heeft veel meer potentieel. Zoals ze momenteel ingericht is, deed ze ons nog het meest denken aan… de zaal van een uitvaartcentrum! Een beetje kunst aan de muren en tussen de tafels zou wonderen kunnen doen. Er kunnen vlot een zestigtal couverts een plaatsje aan de tafels vinden (en dan denken we nog niet eens aan het inschakelen van de extra beschikbare ruimte ernaast), wat toch kantje-boordje is om een driesterrenniveau te kunnen handhaven.

En ja, de Chef doet wonderen met wat hij in zijn tuin kweekt. Dat konden we nog eens ervaren bij de Hertog Jan thee, waar we voor kozen na het (kleine) dessertje, een zandkoekje met aardbeien, rozen en kruiden. Op dit aftreksel van een dozijn kruiden en groene wondertjes zouden we eerder het etiket “infusie” kleven, maar de doortastende smaak (met munt als hoofdspeler) mag best naast deze van de beste thees staan.

Maar…

De weinig variërende zoetigheden op de snoepkar konden ons dan weer heel wat minder bekoren. We kunnen voor de vuist weg een handvol mindere sterrenzaken opnoemen, waar op dit gebied heel wat meer afsluitend stuntwerk geboden wordt (spontaan komen dan resto’s als de Bon-Bon** en zelfs de Arenberg* in gedachten). Bovendien bemerkten we dat voor sommige tafels oliebollen voorzien waren als finale uitsmijter. Maar de tafels die al afgerekend hadden en het restaurant verlaten, hadden die niet gekregen, en wij al evenmin (zou onze Korte Onmoeting daarvoor té kort bevonden worden?). In het Hof van Cleve*** zagen we nochtans deze attentie iedereen ten deel vallen…

We gingen dus met gemengde gevoelens naar buiten. Ja, de Chef kan het, dat voel je en hier en daar proef en zie je het ook. Zijn team is nog een beetje te zichtbaar zijn weg aan het zoeken doorheen de veel te grote eetzaal, waar een paar extra toetsen voor een meer gezellige en intiemere sfeer zouden kunnen zorgen. Maar de invulling van een “all-in” formule is grotesk en bijna beledigend, en het gemiddelde niveau van wat we tijdens deze Korte Ontmoeting voorgeschoteld kregen, neigt meer naar één of misschien twee, maar zeker niet naar drie sterren.

Wat anderen vinden van Hertog Jan?
===============================

Be-Gusto

Crooze

One Life Live It!

WBP Stars

ElizabethOnFood

Au goût d’Emma

Belgian Taste Buds

Coolinary.be

Restaurantrecensies van Carla

Andy Hayler’s Restaurant Guide

vaut le voyage

The Wandering Epicures

I started it before I got 40

lomejordelagastronomia.com

Slagmolen** (Opglabbeek)

Ik dacht ergens gelezen te hebben dat restaurant Slagmolen** uitgeroepen was tot gezelligste terras van Vlaanderen (of was het van België?). Wel, na een lunch op een zonnige zomerse dag kunnen we dit volop bevestigen! Nog nooit beter gezeten dan in dit volledig overdekte terras (dus nergens in de zon!) in het landelijke Opglabbeek, te midden van het groen-groen-groen van de prachtige tuin, in een oase van stilte en rust. Verrassend weinig last van bijen, vliegen of ander ongedierte. En dat om te genieten van tweesterrenkwaliteit! Wat wil een mens nog meer?

Nadat de Chef Himself de menukaarten was komen rond brengen (een gebaar van zichtbaarheid, dat wij altijd en overal op prijs stellen, maar helaas veel te weinig meemaken in culinair Europa), boden de hapjes als opener de verwachte toetsen van frisheid en appetijt opwekkende zuurte, op het laatste na – een plakje zalm met een flinke dot pickles erop, die onmiddellijk de hoofdrol voor zich opeiste, en de royale smaken van de rest van het hapje jammerlijk de mist deed ingaan. Ook het voorgerecht, een rondje king krab onder een mousse van kreeft, was braaf en had een interessantere behandeling van deze ingrediënten kunnen krijgen. Zeker op dit niveau!

Maar goed, vanaf dan enkel treffers. Eerst het prachtig gebakken mals duifje uit Anjou begeleid door een assortiment knabbelgare, knapperige zomergroentjes, en dan een pracht van een dessert rond bosbessen: drie verschillende (een cocktail, een sorbet en een smoothie), kleurrijke en explosief smakende bereidingen vulden de tafel voor je. Top! Tot slot kreeg je niet de gebruikelijke lading zoetjes, maar keuze uit twee smaken ijslolly, die bij dit weer meer dan gesmaakt werd.

We keren hier zeker nog naar terug, ware het maar om de kunstjes van het team van chef Meewis eens wat intenser te leren kennen op basis van een volwaardig menu. Maar als lunchplek in het mooie Limburg heeft het alvast zijn sterren verdiend!

Wat anderen vinden van de Slagmolen?
=====================================

Restaurantrecensies van Carla

restaurantrecensiesvancarla

Gourmet Kritik