Auberge De Herborist* (Sint-Andries)

“It’s a family affair” zou wel eens het favoriete nummer kunnen zijn ten huize Hanbuckers: vader Arnold bemachtigde zijn eerste ster in Ter Heyde, deed dat later nog eens over in de Auberge De Herborist* – Alex Hanbuckers, samen met zoon Alex, en lapte het een laatste keer vóór zijn pensioen in de A’Qi. In laatstgenoemde werd intussen afscheid genomen van het sterrendom, en vervelde het etablissement in 2016 naar een laagdrempeliger Cantine Copine (naar de naam van de enige vrouwelijke sterrenchef die Vlaanderen rijk was en tot 2014 als vennoot van chef Arnold meedraaide).

Het restaurant ligt wat afgelegen in Vlaandrens Velden, zelfs al raast het verkeer vlakbij op de E-40 kust- of Brusselwaarts. In wat blijkbaar ooit een boerderij was, zijn nu de talrijke kamertjes omgetoverd tot een verdeelde eetruimte, met alle “restantjes” vandien: trapjes, haardruimtes, plafondbalken, lage gewelven,… Best gezellig, alhoewel een meer stijlvolle make-over wel eens deugd zou doen. Zo vonden wij de roestende, afgeleefde frigo als onderzetter voor een bloementuil niet echt van Michelin sterniveau. Maar we hadden al erger meegemaakt in de buurt…

De opener deed ons een beetje panikeren: een te zoete huiscocktail diende als begeleider voor een drietal fletse hapjes. Enkel de tomatengazpacho gaf wat zuur aan de opwarmende smaakpapillen, de overige twee exemplaren zijn we alweer vergeten. Maar dat kan even goed aan een ontluikende, milde vorm van Alzheimer liggen…

Gelukkig werd daarna de regel (“goede hapjes beloven prachtige gerechten, en vice-versa”) voor één keer overtreden. De bereiding van wilde zalm als binnenkomer, gevolgd door de “catch of the day” (vandaag dorade) en tenslotte de pasta van krab met tong waren stuk voor stuk puike gerechtjes waar niets op aan te merken viel. Bij elk onderdeel werden prima wijntjes geserveerd, alhoewel de bijhorende commentaar wel wat uitgebreider had gemogen (de afkomst en druivensoort lezen wij ook wel van het etiket af).

Topper van het menu was voor ons de wilde eend, die een rokerige toets meegekregen had op de Yakiniku, en aan tafel tot ontploffing gebracht werd met een fantastische saus op basis van cassis. Om werkelijk even stil van te worden. Voeg daarbij een stevige Spaanse rode, en je weet dat je hier nog terugkomt…

Afgesloten werd met een uitstekend dessertje rond abrikoos en witte chocolade, gevolgd door enkele fijne “mignardises” (zelfs al lieten we klassieke koffie/thee aan ons voorbij gaan – een attentie die je maar in weinig resto’s aangeboden krijgt). De daarop volgende rekening gleed feilloos van ons af (233€ voor 2 maal apero, een vijfgangenmenu met bijpassende, en spontaan bijgevulde wijntjes + water), onder het motto “Voor dergelijke kwaliteit speelt de prijs geen rol”.

Het moge duidelijk wezen: hier keren we nog terug! Herborist, jullie hebben er een paar nieuwe vaste klanten bij…

Wat anderen vinden van De Herborist?
==================================

The Bruges Vegan

Simon Says

Tables et Voyages

vaut le voyage

Starfood fairy

CenC Culinair

 

Advertenties

Massana* (Girona)

Ik denk dat het frustrerend moet zijn voor een chef, als het gros van je klanten enkel langskomen omdat ze de dag ervoor of de dag nadien bij een Superconcurrent in de buurt geboekt hebben. Langs de andere kant laat Pere Massana het niet aan zijn hart komen, en volgt hij netjes zijn eigen culinaire weg, wat hem al tien jaar een Michelinster oplevert.

massana

De Massana is een verrassend knus restaurant: hoogstens een tiental tafels midden een sobere maar stijlvolle inrichting, waarin het zicht door de glazen afscheidingswand op de wijnkelder veel laat vermoeden, en de vloeibare verwachtingen hoog legt. Terecht, zo zou blijken…

Een eerste bevestiging kregen we al onmiddellijk door de keuze van de cava bij de hapjes: een Llopart Ex-Vite Brut uit 2008 is een van de beste cava’s die wij ooit hebben mogen proeven, en waarbij – zou later blijken – zelfs de huiscava van de Superconcurrent verbleekte. De hapjes die bij begeleidde, bleven echter minder lang hangen in het geheugen: een tijmsoepje met een gepocheerde dooier van kwartelei en geitenkaas “Mas El Garet”, gemarineerde mosselen met limoen en koriander (wél top!), gerookte zalm en verse kaas “Macaron” en een brioche van Iberisch varken met kimchi en munt.

Wij gingen à la carte voor een voorgerecht van half-gemarineerde en gerookte wilde zalm met citrus en ponzu-saus (een Japanse saus gemaakt door mirin (Japanse rijstewijn) samen met rijstazijn, gedroogde tonijn flakes (bonito flakes) en zeewier te laten sudderen op een laag vuur). Zoals verwacht verpletterde de doortastende en heerlijke smaak van de wilde zalm alle andere ingrediënten van dit gerecht, zodat de toegevoegde waarde van de chef compleet verloren ging. Maar het blijft toch een hele gastronomische belevenis als we de wilde variant van deze vis ergens op een kaart aantreffen, wat helaas minder en minder het geval is de laatste jaren…

Elders rond onze tafel werd het erg stil bij het savoureren van de rode tonijntartaar met kaviaar van olijfolie en een avocado-wasabi ijs. Een aanrader!

Ook als hoofdgerecht gingen we voor een starter, de “Tribute to Massana’s duck magret”, een signatuurcreatie uit de culinaire beginjaren van de chef (1986). Dit vertaalde zich in een dertigtal (!) carpaccio-gewijs gesneden plakjes gegrilde eendenfilet overgoten met een kruidenolie en voorzien van enkele bolletjes peer met rozemarijn. Het moet gezegd: zelfs als hoofd- of enig gerecht zouden we deze portie veel te groot gevonden hebben (maar dat ligt aan ons), en alweer zorgde de doortastende smaak van het hoofdingrediënt dat er niet veel geproefd werd van de bereiding. Een beetje een tegenvaller, dus.

Gelukkig moest de topper van de avond dan nog volgen: het dessert, in de vorm van een ode aan chocolade en kokosnoot, in de vormen van ijs, mousse en crumble. Fantastisch ogend, heerlijk smakend, origineel samengesteld, werkelijk een topper!

Wat eveneens wat is blijven hangen, is de spontaan aangeboden digestief bij de koffie: een 41° sterke Pazo de Señorans Orujo uit Galicië (meer bepaald de zuidelijk gelegen inhammen van Pontevedra tot de Portugese grens) op basis van de aromatische Albariñodruif, die daar in de 12de eeuw zou ingevoerd zijn door monniken uit het Rijngebied op hun weg naar Compostella. Alweer een vloeibare aanrader!

Pere Massana kwam zich persoonlijk vergewissen van de staat van tevredenheid van zijn klanten, een geste die wij altijd weten te appreciëren, en die nog steeds door veel te weinig topchefs navolging krijgt. Spijtig dat die klanten niet zo talrijk waren op nochtans een mooie donderdagavond eind maart.

Dus, conclusie: dien je een dagje dood te maken in Girona, in afwachting of als uitloper van een passage bij de Superconcurrent, gun dan zeker de Massana een bezoekje! Voor de prijzen hoef je het absoluut niet te laten. Zo krijg je die fantastische cava van 35 EUR de fles inkoopprijs (exc. BTW) voor amper 55 EUR uitgeschonken! De porties zijn weliswaar (te) stevig naar onze goesting, maar de ingrediënten spelen een grandioze hoofdrol, en bij wijlen weten zowel sommelier als keukenteam van uitpakken.

Wat anderen vinden van restaurant Massana?
======================================

Elizabeth On Food

Cumbria Foodie

The critical couple

Fine travelling

Douven does food

 

Cuines 33* (Knokke)

“Keuken” in het Catalaans, dat betekent Cuines 33* (Knokke) – Frederik Boussy & Edwin Menue*, en je vindt het als nummer 33 in de bescheiden Smedenstraat (een verlengstuk van de Lippenslaan) in het mondaine Knokke. Gezien de menukaart het enkel over tapas heeft, verwacht je een stevige Spaanse stempel. Die Zuiderse sfeer is in ieder geval het eerste dat opvalt als je de voordeur voorbij bent: de wat kitscherig ogende, in felle kleuren gestoken zetels en de tafeltjes die zo uit een kringloopwinkel lijken geplukt te zijn, zetten je volkomen op het verkeerde been. Want de dieper in het gebouw (en dus enigszins in het duister) liggende eetzaal is fijner en eleganter aangekleed door de interieurarchitect die ook de tien kilometer verder liggende Pure-C* voor zijn rekening nam. Ook de keuken is allesbehalve Spaans, maar eerder vrij kosmopolitisch, met nogal wat Aziatische toetsen.

Het was lang (meer dan 20 minuten!) wachten op het huisaperitief op basis van gin, dat bovendien door zijn iets té zoetigheid en vrij kleine portie die wachttijd niet eens waard bleek te zijn. Ook de – slechts – 2 (twee) hapjes lieten niet veel beloven, dus we zetten ons alvast al schrap voor wat daarna komen zou. Maar dat was volkomen onterecht, gelukkig! Het vijf man sterke team in de open keuken onder leiding van de chefs Frederik Boussy (met zus Fleur in de zaal) en Edwin Menue weet wat smaken zijn! Dat straalde al onmiddellijk af uit de keuze van de menutitels Sabor (5 gangen) en Gran Sabor (7 gangen). Die begonnen met apart geserveerde kokkels en mossels in een bereiding van dashi, jasmijn, pompelmoes en yoghurt. Wat een explosie in de mond! Een fantastische opener, die bijna niet meer te evenaren viel!

De twee rolletjes wagyu bief begeleid door pompoen, ui, ansjovis en wortel, die daarop volgden, verdwenen dan ook in het culinaire niets vergeleken met hun voorganger. Gelukkig bracht de derde opener, Noordzeekrab ‘Oriental’ in alweer een dubbele bereiding, deels rauw, deels gefrituurd, met tom kha kai, tempura en paksoi, voldoende soelaas om met blij gemoed het hoofdgerecht tegemoet te zien. Dat bleek een heerlijk ogende én smakende gelakte wilde eend te zijn, met peterseliewortel, sjitake zwammetjes, een kroketje van pollenta en alles mooi gekruid met ‘fivespice’. Ook het dessert mocht er best zijn, met chocolade in de hoofdrol samen met bergamot, ras el hanout en een beignet dat aan de buitenkant als een oliebol begon, maar binnenin eveneens in heerlijke chocolade uitbarstte.

Geen minpuntjes dan? Toch wel. Zo vonden wij het spijtig dat de drie voorgerechten met dezelfde vork-en-lepel combinatie dienden gegeten te worden. Het lijkt ons toch een kleine moeite om bij ieder gerecht voor een verse couvert te zorgen, en wagyu vleesrolletjes in stukjes snijden met een lepel is niet zo handig. Ook zagen we wijnrestjes uit verschillende flessen bijeen gegoten worden, wat op dit niveau niet zou mogen, en in ieder geval niet zo openlijk getoond aan de halve zaal. Ook is het etiket “tapas” hier niet echt op zijn plaats. Ons doet het eerder denken aan schalen proevertjes die in het midden van de tafel opgediend worden, en waar vervolgens iedereen naar hartelust mag uit putten. In de Cuines 33 bleek het om volwaardige, traditionele gerechten te gaan, in (gelukkig) niet al te grote porties. Een beetje vergelijkbaar met wat nieuwkomer Zappaz in Leuven aan het opzetten is.

Maar los daarvan, dit is een mooi en lekker adresje, waar wij zeker nog zullen naar terugkeren!

Wat anderen vinden van Cuines 33?
==================================

Be-gusto

Belgian Taste Buds

Vierbordjes.be

CenC Culinair

elidesc

Avocado van de Duivel

Des filles à retordre

Gingers on food

vaut le voyage

In Search Of Taste

Tasting Lifestyle

Le blog de Gilles Pudlowski

 

La Trinité* (Sluis)

Ooit stond de Zeeuws-Vlaamse hoofdstad Sluis synoniem voor topgastronomie op wereldniveau. Tot Sergio Herman de deuren van zijn Oud-Sluis*** achter zich dichttrok, en verder ontbrokkelde in zijn spin-offs in Cadzand (Pure-C*) en Antwerpen (The Jane*). Maar toch bleef Sluis niet sterrenloos achter. Er is nog La Trinité* (Sluis) – François de Potter*!

Een paar jaar geleden verhuisden die naar een vernieuwd pand dat ooit als bankkantoor functioneerde langs zo’n typische strookje stilstaand water, waar deze stad een deel van haar charme vandaan haalt. Wat meteen opvalt bij het binnenkomen, is de zee van ruimte. Dit is een GROOT restaurant, met makkelijk plaats voor een tachtigtal gasten, zonder aan barruimte of (een even groot) terras te moeten inleveren. Het interieur heeft wellicht de ambitie om als loungy of trendy aangeduid te worden, maar ons leek het eerder onder de noemer “kitscherig” te vallen. Zo kregen we het aperitief en de drie bijhorende hapjes in de tuin aangeboden, waar twee vrij goedkoop ogende soorten parasols door elkaar opgesteld staan, en de stoelen en banken van metaal of brollerig aandoende kunststof waren. Maar goed, de amuses maakten veel goed, en de huisaperitief op basis van gin begon eveneens uitstekend (alhoewel die naar het einde toe letterlijk verwatert, naarmate de rijkelijk toegevoegde portie ijs begint af te smelten).

We gingen voor de 4-gangen lunch. Die opende met een frisse en zonnige variëteit van tomaten met heerlijke zomertruffel, begeleid door een warm pizzadeeggebakje met truffelboter. Een eenvoudig maar fantastisch smaakvol voorgerechtje, dat ons meteen deed denken aan het soort keuken dat we eerder aantroffen in het Eyckerhof* in Bornem en Ten Bogaerde* in Koksijde.

Dit werd gevolgd door een tussengerechtje rond gemarineerde plakjes zalm met avocado, vergezeld van een paar kroketjes van king krab en nog wat andere heerlijkheden. Voorwaar alweer een treffer! En dan moest het hoofdgerecht nog komen: gelakte eendenborst versterkt met enkele Oosterse smaaktoetsen (we zijn tenslotte in een stukje Nederland) en wat zomergroentjes. Mooi gerecht, niets op aan te merken!

Waar intussen helaas wel iets op aan te merken viel, was de manier waarop een van buiten teruggebracht glas rode wijn waar blijkbaar iets rondvliegends in terechtgekomen was, in de keuken behandeld werd: met een pincet werd het beestje eruit verwijderd, waarna het glas terug naar het terras gebracht werd… We hopen voor het keukenteam dat dit op uitdrukkelijke vraag van de klant op die manier mocht opgelost worden, alhoewel dit ons hoogst ongebruikelijk en zelfs wansmakelijk zou lijken. Tja, een half-open keuken heeft duidelijk ook zo zijn nadelen!

Maar goed, dit voorval kon onze culinaire pret alvast niet bederven. Een mooi dessert waarin een kleine replica van de Lippen van Thérèse in chocolade de aandacht opeiste, sloot de maaltijd uitstekend af. Wij komen hier zeker nog terug, zelfs al hoeft Sergio niet direct te vrezen dat een andere Sluizenaar zijn driesterrenstunt ooit gaat nadoen…

Wat anderen vinden van La Trinité?
===================================

Be-Gusto

CenC Culinair

Foodbashers.com

Aux Petits Oignons* (Jodoigne)

We waren Stéphane Lefebvre een beetje uit het oog verloren. Nochtans waren we in 2007 en 2008 overtuigde vaste klanten van zijn Bistrot du Mail*, en vloekten we gemeend toen hij dit overliet aan Damien Bouchery. Sindsdien botsten we toevallig op de chef de salle Lionel Verjans in de Jaloa Gastronomique (toen dit nog zijn ster koesterde), en troffen we onlangs de chef himself terug aan in Aux Petits Oignons* in Jodoigne, waar een net verworven eerste ster voor de nodige motivatie en energie lijkt gezorgd te hebben.

Qua inrichting schippert Aux Petits Oignons tussen een brasserie en een sterrenrestaurant: eenvoudige lederen tafelnapjes, een vlotte, nonchalante bediening zonder al teveel poespas, ja zelfs het gordijn dat de toegang tot de eetzaal afschermt van de winterkoude buiten lijkt overgenomen te zijn uit de eveneens wat los ogende stijl van wijlen de Mail. Gelukkig geldt dit echter ook voor de keuken!

Aanvankelijk keken we wat vreemd op van het trio hapjes. Het koude proberen we snel te vergeten, de twee warme herpakten zich in crescendo naar het eerste voorgerecht toe: een schijfje gemarineerde zalm met een Fine de Claire oester erop en begeleid door komkommer, ramenas en wasabi. Knal erop! Dat ging eveneens op voor de Sint-Jakobsschelpen in het gezelschap van wat gerookte paling in een zalig butternutsausje en vergezeld van wat gegrilde sesam voor de crunch. Een fantastische smaakbom, waar we even stil van werden!

Als derde entrée tenslotte kwam een cannelloni van gekonfijte rundswang op tafel, afgewerkt met een blaadje groene kool, in de pan gebakken eendenlever en zwarte truffel. Het was alsof we – na zeven jaar intens uitkijken ernaar – eindelijk opnieuw die heerlijke pot-au-feu van de Mail voor ons neus gekregen hadden. Een culinair meesterwerkje van de Chef!

Het was daarom dan ook enigszins jammer dat het hoofdgerecht totaal de mist inging: het drietal bereidingen van kalf kwam neer op een lauw, haast koud stukje filet, begeleid door een klein, weliswaar correct gebakken zwezerikje en een in blanquette bereide, vrij smaakloze schouder. De tomaat, parmesaan en olijfolie gingen daarbij zowat alle kanten uit, en brachten allerminst harmonie noch visie in dit bord. We lieten dan ook het grootste gedeelte ervan aan ons voorbijgaan. Dit leverde vreemd genoeg geen vragen om verduidelijking op vanwege het afruimende personeel.

Gelukkig maakten de twee desserten veel goed: eerst een romige crème van witte chocolade en gember, met honing, rijst en gekonfijte peer, en daarna nog een fris ijssoepje met citronella, groene appel, een bolletje yoghurt en wat limoen. Een prachtige afsluiter!

En toen moest de mooiste ontdekking nog komen: de prijs, die blijkbaar ook (en gelukkig) op het niveau van de Bistrot du Mail gebleven is. Voor twee zesgangenmenu’s met aangepaste wijnen en een halfje bruis dienden we amper 175 EUR te betalen. Dit zorgt voor een van de beste prijs/kwaliteit-verhoudingen in onze gastronomische diaspora (misschien net nog in concurrentie met ’t Stoveke* of het Eyckerhof*). Het zal er mee voor zorgen dat we zeker nog terug zullen komen naar Aux Petits Oignons…

Wat anderen vinden van Aux Petits Oignons?
====================================

Le Gourmand Belge

Het Geel Bakstenen Huis

 

La Truffe Noire* (Brussel)

Allereerst dit: La Truffe Noire* was tweede keus. Onze reservatie bij opkomend talent L’Essenciel in Leuven werd op het laatste nippertje eenzijdig geannuleerd (niet meer doen, hee, Niels, of we gaan ons kwaad maken 😉 ) Maar goed, alle hoop werd dan maar in de handen van Luigi Ciciriello gelegd. En dat zouden we geweten hebben…

Het restaurant ligt op een ideale plaats, in de commerciële betekenis van het woord: vlakbij het begin van de Louizalaan en het Terkamerenbos, in een buurt vol ambassades, statige bourgeoisiehuizen, ja zelfs een compleet afgesloten en bewaakte “compound” voor rijke Fransen en andere fiscale uitwijkelingen. Het enige niet zo ideale eraan is de complete afwezigheid van parkeergelegenheid. Je bent dus 100% zeker aangewezen op de voiturier, die net voor onze aankomst een flashy Maserati aan het wegmanoeuvreren was. Bleek het voertuig van de eigenaar Himself te zijn, die met nog andere Italiaanse (vooral vestimentaire en gesticulaire) trekjes zou uitpakken.

Binnenin valt een best aangename en gezellige mix op van art-deco-achtige statigheid en trendy modernistische toetsen. De eetzaal is gelukkig iets ruimer en breder, maar deed ons toch wat aan de Comme Chez Soi** denken. Het restaurant doet verder zijn naam alle eer aan: nog vóór de aperitieven op tafel staan, krijg je meneer Ciciriello (“Maître de Maison“, prijkt er op zijn visitekaartje) al een eerste keer aan je tafel met twee bokalen truffels, een voor de witte en een voor de zwarte. Elke klant wordt uitgenodigd in beide eens zijn of haar neus te steken, en te beamen wat hij je bijna influistert, namelijk dat de witte inderdaad sterker en geuriger overkomen. Het zou ook de laatste keer niet zijn dat we door hem bijna met de neus in een pot of bord gedrukt zouden worden, en dat ook bij de andere tafels zagen gebeuren. Enkel de obligate toeristen leken er verrukt door…

Omdat een paar gerechten onze aandacht hadden getrokken, gingen we uitzonderlijk eens voor een à la carte aanpak. Eerst kregen we een plankje met een drietal hapjes voorgeschoteld, die ofwel nogal droogjes en smakeloos doorgeslikt werden, ofwel – in het geval van een reageerbuisje met een warm (pompoen?)soepje – een onaangenaam zurige nasmaak nalieten, vergelijkbaar met wat je in de mond krijgt als je soep iets te lang in de koelkast bewaard hebt. Vlug vergeten, die handel! Maar toch al een teken aan de wand, want een van onze gouden regels is dat de amuses meestal een reflectie zijn van het kunnen van de Chef en het niveau van de keuken. Een regel waartegen ook deze avond niet zou gezondigd worden…

Tweede teken aan de wand vormde de kaart, die veel te uitgebreid was om er een sterrenniveau te kunnen mee handhaven: naast vier menu’s (het vijfgangen Diamant-, het zesgangen Privilege- en het driegangen weekmenu, plus een apart viergangen menu voor wie hier met een Bongobon neerstreek), had je keuze uit dertien voorgerechten, zeven pastagerechten en acht hoofdgerechten. In sommige brasserieën is de keuze beperkter! Bij zo goed als elk gerecht had je ofwel een standaard er deel van uitmakende vorm van truffel (weze het als bestrooisel, onderdeel of in olie), ofwel optioneel de mogelijkheid er extra witte of zwarte truffel te laten opschilferen (mits telkens een stevige meerprijs). Onderaan viel ons een origineel zinnetje op: “In het belang van uw eigen comfort, verzoeken wij u vriendelijk uw gsm aan de receptie te laten of uit te schakelen“…

De voorgerechten die we best wel eens in combinatie met truffels een kans wilden geven, waren enerzijds een risotto van koningskrab met Thaise groene asperges en geraspte zwarte truffel, en anderzijds roereieren van Columbusei met truffels en bruschetta van lookbrood. We maakten een eerste maal kennis met de gigantische porties die je hier voorgeschoteld krijgt, en die je onmiddellijk alle eetlust wegnemen. De roereieren bleken helaas niets meer dan dat, zelfs al moesten we (op zachte dwang van de Maître de Maison) er eerst met de neus boven gaan hangen om al een zweem van de gebruikte truffelolie op te vangen, waarna hij er nog een stevig laagje witte aan toevoegde.

Als hoofdgerechten hadden we gekozen voor een concerto van knapperige kalfszwezerik (die alles behalve knapperig bleken te zijn) en geroosterde kreeft, estragonsaus en gestoofde preisliertjes (alweer een verkleinwoord dat de lading niet dekte, want die eisten het bord haast voor zich alleen op), naast een geroosterd duifje van de Vendée (“duif” ware een gepaster vocabulaire geweest voor de veel te serieuze portie vlees op het bord) met Norciatruffel, een aardappelschotel met truffel (en – het moet gezegd – begeleid met een prachtige donkere saus) en – na het afruimen hiervan – de gegrilde bout op (zeg liever: verzinkend in een berg van) krulsla met truffeljus. Door zowat elk bord half over te laten, kon er uit het aanbod van elf stuks nog net een dessertje van ijs of sorbet bij, dat we onmiddellijk na het verwerken alweer vergeten waren.

Prijs voor dit alles? Met champagne als aperitief, twee (!) glazen passende wijn bij de gerechten en een klein flesje bruiswater net geen 340 EUR voor twee personen. Een prijs op **-niveau in een etablissement dat uiteindelijk, naar onze bescheiden mening, zelfs geen *-niveau haalt. Laten we het houden op: de betere Italiaanse brasserie, dat het eigenlijk uitsluitend moet hebben van het ingrediënt in zijn naam. Voor het overige weten het chefduo Aziz Bhatti & Erik Lindelauf niet echt een stempel te drukken op hun bereidingen. Dit in haast extreme tegenstelling tot wat Maître Luigi in zijn zaal voor mekaar krijgt.

Deze laatste stopte ons bij het afscheid nog een notitieblokje in de handen met zijn foto erop (een gezicht dat je zowat overal op tafel en in de menu’s tegemoet lacht) en deed ons uitgeleide met de belofte om het volgende keer bij kleinere porties te zullen houden. Dit veronderstelt dat er ooit een volgende keer komt. Wij vrezen van niet…

Wat anderen vinden van La Truffe Noire?
=================================

Madame Monsieur

Travel Café

Spetters* (Breskens)

Opgeleid in Hotelschool Ter Groene Poorte, ervaring opgedaan in De Librije***, Oud Sluis*** zaliger en De Kromme Watergang**, en op 25-jarige leeftijd al een eerste Michelinster (Laurent Smallegange)! Voeg daar een ex-sommelier van De Librije*** (Wouter Denessen) aan toe, en je hebt Spetters* op het eerste verdiep van een gebouw aan de jachthaven van Breskens. Pour la petite histoire: dit restaurant was vroeger in handen van Edwin Vinke, die intussen enkele kilometer verder langs de Westerschelde een paar sterren gaan verzamelen is in de eerder genoemde Kromme Watergang** (en dat mogen er voor ons part best drie worden, maar we wijken af).

Het was een vreemde (en – achteraf bekeken – onbegrijpelijke) ervaring om het restaurant praktisch voor ons alleen te hebben op een zonnige vrijdagmiddag in volle hoogseizoen. Van aan je tafeltje geniet je van een uitzonderlijk mooi zicht op de jachthaven met zijn drukke gedoe van aan- en uitvarende bootjes, het ene al wat mondainer dan het andere. We gingen voor het Menu Jeunes Restaurateurs d’Europe, dat je zowel in een vier- (55 EUR) als in een vijfgangen (69 EUR) versie kunt bekomen. Als aperitief aanvaardden we de suggestie van de zaalmanager Wouter, een speciaal voor Spetters gebottelde Crémant d’Alsace. Een uitstekende suggestie, zo bleek al snel. De eerste appetizer kwam onder de vorm van twee reageerbuisjes, en bleek een kleurloze gazpacho van tomaat te zijn (enkel twee minuscule tomaatjes onderaan het glas bevestigden het geheel). Als binnenkomer kon dit tellen: enerzijds een sterk staaltje van het technisch kunnen van de chef, maar anderzijds ook een perfecte smaakbom om je papillen open te krijgen.

Daarna kregen we twee luchtige witte bollen die mooi en origineel gepresenteerd waren op een achtergrond van een miniatuur grasveldje (een knipoog naar het golfterrein?), en die ontploften en daarna wegsmolten in je mond. De gerookte groentencocktail die daarop volgde, lag ons iets minder, maar gelukkig was dit snel vergeten met de laatste amuse, enkele kleine octopusjes in een oogstrelend aria van groentjes en kruiden.

Eerste voorgerecht was een prachtig smakende combinatie van krab met een heerlijk stukje lauw buikspek, afgewerkt met yuzu en yoghurt. Mooi gevonden, en alweer een originele combinatie van ingrediënten. Maar wat daarna kwam, blies alles weg: een haast onzichtbaar, en zeker niet opdringerig plakje foie gras in het gezelschap van enkele dieprode kersen, bietjes, cabernet sauvignon, en… koffie. Die laatste zat verborgen in een meringue bolletje, dat die smaak pas losliet als je het doorbrak in je mond. Opnieuw waren we even van de kaart van zoveel technisch vernuft en zo’n explosie van smaken. Proefden en zagen we hier een vleugje Librije?

Tussen voorgerechten en het hoofdgerecht (een fantastisch gegaard stukje kalf ‘van voor naar achter’, met bataat en girolles) kwam de Maître zomaar een extra witte wijn presenteren, die – net als alle andere aangepaste wijnen bij dit menu – een ware ontdekking bleek te zijn. Maar ook deze “tussengerecht”-formule (een ander glas wijn, in plaats van de meer traditionele halve amuse) kon ons best bekoren. Ook het dessert werd eerst ingeleid door een Ginger Mojito in een halve limoenschelp op een bedje van gesnipperd ijs, en bleek een frisse en oogstrelende constructie op basis van verveine, wasabi, appel en koriander te zijn.

U begrijpt dat we onder de indruk waren/zijn van Spetters. Dit is een unieke samenstroom van heel wat mooie, lekkere en vernuftig klaargemaakte dingen die je anders enkel in de eerder vermelde topsterrenzaken aantreft. We komen hier zeker nog terug!

Wat anderen vinden van Spetters?
==============================

Be-Gusto

Belgian Taste Buds

WBP Stars

Dôme* (Antwerpen)

Even een lunchke meepikken in Antwerpen? Dan misschien eens in de Dôme*, zo vonden wij. Dit restaurant huist in een prachtig pand, een oud koffiehuis met een eetzaal onder een indrukwekkende koepel dat het geheel aan zijn naam bracht, aan de rand van de Zurenborg wijk, en in de buurt van nog twee andere etablissementen van de Franse chef Julien Burlat: de vis- en schaaldierenbistro Dôme sur Mer, en bakkerij en kruidenierszaak Domestic. Misschien ligt die tijdverslindende ondernemingszin aan de basis van de povere kwaliteit die we voorgeschoteld kregen…

Het begon al met de hapjes die ruimschoots te wensen overlieten. Wat te denken bijvoorbeeld van twee plakjes salami met een toefje pickles? En meestal zijn teleurstellende amuses een teken aan de wand voor wat nog komen moet. Een vuistregel die ook hier maar al te waar bleek te zijn. Voorgerecht was een visie van de chef op de klassieker vitello tonato, maar dan op basis van fijne plakjes varkensspiering, gedrapeerd over een tonijnzalf en rijkelijk met kappertjes bestrooid, naast wat sla en versnipperde olijven. Fris en smaakvol, dat wel. Maar zeker geen blijver.

Dé tegenvaller van de dag bleek echter het hoofdgerecht te zijn: een monsterlijk grote lomp koolvis (“aan de lijn gevangen”, maar so what?), die verder weinig tot geen smaak toebedeeld gekregen had, samen met wat ratte aardappeltjes, stukjes aubergine en een paar druppeltjes saus, die zeker geen ambitie meegekregen had om het smaakgeheel wat op te vrolijken. Resultaat was een droog, vlak gedoe waar maar geen eind aan scheen te komen, zodat we het voorbarig voor bekeken hielden. Van de twee desserten onthouden we enkel het lichte chocoladegebakje met een flinterdunne, krokante ondergrond als een zandgebakje en een streepje crème ernaast. Full stop!

Op geen enkel moment kregen we het gevoel in een sterrenzaak te gast te zijn. Dat er van de veertig beschikbare couverts op een vrijdagmiddag maar een zevental bezet waren, kwam de sfeer al evenmin ten goede. We gaan dus verder niet veel woorden meer vuil maken aan dit restaurant. Er is (veel) beter te vinden in en rond Antwerpen!

UPDATE
=======

Eind 2016 sloot de Dôme zijn deuren, en stond daarmee de facto zijn Michelinster terug af.

Wat anderen vinden van de Dôme?
=============================

Be-Gusto

Avocado van de Duivel

Nettooor

Culinair Atelier ID

Smetty’s Soapbox

Talk of the town

Pure C* (Cadzand)

De eerste zijstap van Sergio Herman, toen die nog de sterren van het culinaire firmament aan het koken was in zijn Oud Sluis***, was restaurant Pure C* in het Strandhotel van Cadzand, met zicht op zee. Daar gaf hij het bevel van de keuken aan zijn sous-chef Syrco Bakker, die er zowel een gastronomisch restaurant als een loungebar in onderbracht. In deze laatste krijg je de gerechtjes tapas-gewijs op je tafel geserveerd, waar je ze kunt delen met al je disgenoten. Wij gingen voor het restaurant, dat intussen al sedert 2012 zijn eerste ster binnen heeft. En het werd het zesgangen menu (79 EUR/persoon + 45 EUR voor aangepaste wijnen), waar ook een achtgangen variant van bestaat.

Helaas kozen we daarvoor een snikhete zomerdag uit, denk aan zo’n 33°C in de schaduw. En dat zullen we geweten hebben! Van airco geen spoor in deze nochtans rijkelijk van glaspartijen voorziene ruimte. Resultaat: van de eerste hapjes tot het dessert was het puffen en zweten geblazen. Een spijtige vergetelheid voor dit soort etablissement, vinden wij. Gelukkig maakten de gerechten een en ander nog goed.

Het trio hapjes was opgebouwd uit een algenkrokantje met rozenbottel en zeekraal, een Gilardeau oester met duindoornbes, ruccola, boekweit en geitenkaas, en een wat flets en vlak smakend stukje wortel met crème cru en dukkah (een Egyptisch kruidenmengsel). Lekker, zonder meer. Maar niet echt aanzetten tot genialiteit of subliem smaakstuntwerk.

Het eerste voorgerecht werd gedomineerd door een Carabineros reuzengamba, waarvan het ontpelde lichaampje op het bord terecht kwam, en de gegrilde kop ernaast gegeven werd. Dit laatste leek ons een vrij overbodig en niet echt smakend extraatje te zijn (zelfs al werd daar in het kader van het wijnassortiment een apart glaasje sherry bij geserveerd – dus twee verschillende wijnen bij één gerecht!), dat enkel zorgde voor een vuil tafellinnen en (ondanks het meegegeven servetje toch nog steeds) vettige vingers. Maar de smaken van de bijhorende verveine, algen en limoen zaten goed, zelfs uitstekend!

Daarna kwam een sneetje West-Vlaams rood rund met gerookte Oosterscheldepaling (een fantastische combinatie!), dat zowel in een los stukje als ingewerkt in een mousse die het plakje rund opvulde, en bietjes. Alweer een voltreffer! Een etiket dat we zeker ook het derde voorgerecht gunnen: Suino Nero di Calabria varkensvlees met spinazie, tarwegras, paddenstoelen en een hoeve-eitje. Een meesterwerk en een smaakbom!

Hoofdmoot vormde een stukje zeewolf met sambal, vlierbloesem en wat aan tafel bijgeraspte zeste van limoen. Een mooie bekroning, dat de twee desserts niet meer konden overtreffen: een sneetje gebak “Ready for the Future” op basis van aardbei, kokos en yuzu, en tot slot een verrassend bevroren blaadje sla (!), begeleid door selder, appel, pistache en kalamansi (een Aziatische soort appelsien). Niet alledaags, noch qua ingrediëntenkeuze als qua smaak, maar wel een geslaagde afsluiter!

Pure C is dus zeker voor herhaling vatbaar… maar dan in minder tropische omstandigheden!

Wat anderen vinden van Pure C?
==================================

Be-Gusto

Brugse Vertellementjes

Cookanista

One Life Live It

Tuur met pruimen

elidesc

ziezózon

Belgian Taste Buds

marcus kookt

WBP Stars

Culy

Rusty’s blog

Cuberdon & Macaron

San’s blog

Eyckerhof* (Bornem)

In de hoek tussen Rupel en Schelde, op enkele honderden meter van de nochtans erg drukke Rijksweg die Willebroek met Temse verbindt, kom je terecht in een oase van rust en groen. Die meters gaan over een smal weggetje tot aan restaurant Eyckerhof*, waar chef Ferdy Debecker al bijna 25 jaar lang zijn Michelinster koestert.

Wat ons vooral intrigeerde, was het Seizoen & Smaak menu: 55 EUR per persoon voor aperitief met hapjes, twee voorgerechten, hoofdgerecht, dessert, aangepaste wijnen, water en koffie met zoetjes! En dat in een omgeving met sterrenkwaliteit! Onmogelijk, dachten wij. Wellicht worden we daar als een stelletje Bongobontoeristen afgehaspeld, door de mangel gedraaid en binnen de kortste keren terug naar de parking geloodst. Niets bleek minder waar!

De Damia cava werd onder het groene bladerdak van het rustgevende terras opgediend, midden het groen en het natuurleven (konijntjes op het gazon, een familie fazanten langs de straat,…). Eerste hapje was een macaron met ganzenpastei, die zalig oploste in de mond. Het tweede hapje (een veel te warm en flets smakend erwtensoepje waar maar geen eind aan leek te komen) liet echter het ergste vermoeden. Gelukkig bleek het achteraf de enige (kleine) miskleun van de avond geweest te zijn!

Binnenin bleek het Eyckerhof te bestaan uit een drietal eetzaaltjes waar zo’n – schatten wij – dikke veertig couverts konden in ondergebracht worden. Eerste voorgerecht was de chef’s visie op de klassieker vitello tonato, flinterdunne reepjes kalfslende die een tonijnpasteitje verborgen hielden en begeleid werden door schijfjes tomaat van allerlei soorten, kleuren en smaken. Knal erop! Licht, fris, kleurrijk, en een matige portie die toch in staat was om de eerste honger te verdrijven. Dit werd gevolgd door prachtig makreelgerecht in een sausje van bloemkool en filet d’Anvers, dat je van bij de eerste beten compleet van de kaart blies. Een onwaarschijnlijke smaakbom!

Als klap op de vuurpijl kregen we koolvis met een scheermesje (het schaaldier, niet het Gilette product, wel te verstaan!), wullok en een heerlijk verse minestrone van groentjes. Puur, smaakvol, af! Bij elk van deze drie gerechten kwam een glas witte wijn, waarvoor ook niet bepaald afgedongen werd op de kwaliteit (Alsace, Stellenbosch en Languedoc). De service daarbij was onberispelijk, ongevraagd op een redelijk tempo (zo hebben we het graag) en attent.

Nee. Naarmate de avond vorderde, konden we minder en minder geloven dat dit allemaal voor 55 EUR aangeboden werd. We verwachtten ons aan een paar verborgen extraatjes op de rekening, maar nee, hoor. De enige eis in ruil betrof het enkel aanvaarden van cash betaling voor deze menu. En dat hebben we er graag voor over! Eyckerhof heeft geen ambitie voor een tweede ster, en dat merk je. Maar het komt ten volle zijn ene ster na, en dat voor een onwaarschijnlijk lage prijs in een prachtige omgeving in de volle natuur maar toch vlot bereikbaar. Wij noteren de bestemming met stip, en komen hier zeker nog naar terug!

Wat anderen vinden van Eyckerhof?
===============================

be-gusto

Tarte Helene

Aventures gastronomiques

paperblog

De Tijd