De Jonkman** (Sint-Kruis)

Ik zou misschien beter niet teveel woorden vuil maken aan De Jonkman** (Sint-Kruis) – Filip Claeys** van Filip Claeys, want dan ga ik geneigd zijn om te overdrijven, en maak ik de ervaring wellicht nog erger dan ze geweest is…

Een samenvatting, dan maar. Het begon al met het te zoete huisaperitief en het vijftal hapjes. Geen enkel bleef hangen, geen enkel schoot eruit, en meestal is dat al een veeg voorteken. Toegegeven, de kwarteleitjes straalden vakmanschap uit. Maar ons is het in de eerste plaats te doen om de smaak, en daar schoot het veel te vaak aan tekort. Bovendien is een stukje paling op een dikke, stevige snee brood niet echt meer een appetizer te noemen. Terwijl nergens enige zuurte (toch DE smaak bij uitstek om het hongergevoel aan te scherpen) te bespeuren viel.

Het vijfgangenmenu dan maar. Eerst een rondje rundstartaar met wat artisjok en paddenstoel. Na de laatste hap waren we de eerste alweer vergeten. Daarna kwam een vegetarisch gerechtje met als hoofdmoot gebakken sla, begeleid door wat yoghurt en overgoten met een sausje op basis van netels. Klonk goed en origineel, maar viel alweer door de mand. Zelfs de eerste de beste thuiskok weet dat je de nerven midden in de slabladen dient te verwijderen: ze zijn onaangenaam hard en smaakloos. Wel, hier kregen we die – letterlijk – tussen de kiezen. Een afknapper, is het woord dat me hier spontaan te binnen schiet…

We hadden voor het extra gerechtje rond Noordzeekrab gekozen. Alleen bleek deze haast onvindbaar in het geheel van venkel en tarbotjus. De krab bleek uiteindelijk geserveerd te zijn als een dun plakje dat onderaan het bord als een witte brei lag op te lossen in de jus. Weg knapperigheid, weg smaak. En dan moest het hoofdgerecht, pladijs met koolrabi, karnemelk en een saus op basis van koffie, nog komen. Het illustreerde des te meer het grote pijnpunt van elk gerecht dat we hier hebben zien passeren: smaak! Te weinig smaakcontrasten, te weinig extremen naast elkaar, alles kwam vrij flets en monotoon over.

Zelfs in de presentatie van de borden borrelde die monotonie naar boven. Zo blonk het vegetarisch gerecht uit in allerlei tinten… groen. Nergens een kleurrijk contrast met een bloemetje of een andere groente. Bovendien zagen we iets teveel dezelfde koolrabi- en ramenastoevoegingen terugkeren. En om het geheel compleet te maken, gaf ook de Dame des huizes geen enthousiaste en gemotiveerde indruk. Als je tegen je zin in je zaal rondloopt (zo kwam het toch over), blijf er dan uit weg!

Niets positiefs dan? Toch wel. Zo is de Chef erg aanwezig aan de tafels van zijn gasten, en dergelijke actes de présence zien we veel te weinig bij zijn concullega’s. De prijs is redelijk voor een tweesterrenrestaurant, maar dit had voor een groot deel te maken met het Dining With The Stars initiatief, waar wij op ingetekend hadden: 140 EUR voor een all-in (apero, 1 glas wijn per gerecht, water en koffie) vijfgangenmenu.

Alleen… de smaken halen geen twee, zelfs niet één enkel sterretje… Het moge duidelijk zijn: wij gaan Sint-Kruis schrappen van onze culinaire wegenkaart.

Wat anderen vinden van De Jonkman?
=================================

Le Gourmand Belge

ElizabethOnFood

WBP Stars

be-gusto

loftkitchen (Le Soir)

Belgian Taste Buds

Hedofoodia

Inspector Couteau

The Wandering Epicures

CenC Culinair

Mes & Vork (De Morgen)

Culinary Insights

Passione Gourmet

Starfood fairy

cyworld

Advertenties

Bartholomeus** (Heist)

Toen we vijf jaar geleden voor het eerst een bezoekje brachten aan de Bartholomeus** aan de Zeedijk van Heist, had het restaurant nog maar één ster. Intussen is chef Bart Desmidt een versnelling hoger gaan schakelen, en dat leverde hem twee jaar geleden een verdubbeling van zijn Michelin-niveau op. Hoog tijd dus om nog eens een kijkje (of moeten we in deze context eerder spreken van een “proefje”?) te gaan nemen!

Vorige keer hadden we een overnachting geboekt in het nabijgelegen Knokke, en dachten we te voet wel te zullen raken waar we moesten zijn, maar dat viel vreselijk tegen. Een uur te laat en totaal afgepeigerd bereikten we toen onze tafel. Dit zou ons deze keer niet overkomen, en dus zochten we een parkeerplaatsje in de Heistse binnenstad. Kost twee euro per uur, en je dient na elk uur (via sms) te verlengen, dus hou je dit best goed in de gaten. Intussen is deze plaats binnen fietsafstand van ons tweede verblijf aan zee komen te liggen, en dat zullen ze daar – na dit tweede bezoek – binnen afzienbare tijd wel geweten hebben.

Want laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: wat de Chef op ons bord toverde, was effenaf wereldklasse. In België troffen we (tot nog toe) enkel in het Hof Van Cleve*** en de Bon-Bon** gelijkwaardig of nog net ietsje beter aan. Het begon al met de voorproevertjes, waarbij het flinterdunne en zalig krokante bladerdeegrolletje rond de ganzenlever of de smaakexplosies in het afsluitende kommetje met allerlei fijns uit zee en uit de groenten- en kruidentuin getuigden van meesterschap en gastronomische ambities op hoog niveau. Geopend werd vervolgens met een vijftal plakjes sardines, gegaard op een geroosterd sneetje beschuit, en geserveerd met aubergine, yoghurt en sesam. We waren amper bekomen, of de langoustine met heerlijk gebrande prei, amandel en romesco sneden onze adem af. Hoofdschotel (maar what’s in a name?) vormde een perfect gebraden stukje uit de rug van het konijn in een heerlijke saus en begeleid door doperwten, bonenkruid en sjalot. Afgesloten werd met een compositie waarin frambozen de hoofdmoot vormden, samen met vlierbloesem, vanille en een perfect gebakken, flinterdunne Bretoense zanddeeg. Culinair viel hier werkelijk niets op te merken. Volop genieten was de enige boodschap!

En om te genieten ben je in de Bartholomeus op de juiste plaats. Er is het unieke kader, knal op de Zeedijk met een onvergetelijk zicht waar je maar niet op uitgekeken raakt. Er is de uitstekende keuze van passende wijnen, waarmee ook gul bijgeschonken wordt (een geste die wij – vreemd genoeg 😉 – altijd weten naar waarde te schatten). Maar er is vooral de uitstekende service, waarbij iedereen je met een gemeende glimlach op je wenken bedient en sneller ingrijpt dan je zelf kunt vragen. Ook het praatje dat de Chef op het einde van de shift met het gezelschap van elke tafel komt voeren, is een teken van wederzijdse appreciatie dat we nog steeds in veel te weinig etablissementen aantreffen. Lijdt de rest van culinair België aan plankenkoorts, misschien?

Kortom, zelfs na hard zoeken (één van onze favoriete bezigheden in dit soort zaken 😉 ) vinden we hier niet het minste spoortje van mogelijke kritiek. In één woord heet zoiets… de perfectie!

Wat anderen vinden van de Bartholomeus?
====================================

be-gusto

Le Gourmand Belge

WBP Stars

Zwin Gevoelsstreek

Travels – Ballroom dancing – Amusement parks

coolinary.be

In Search of Taste

Belgian taste buds

Filet Pur

Inspector Couteau

CenC Culinair

Rakkendoedel

Het Nieuwsblad

Guyeatsfood

De Morgen

La Villa In The Sky* (Brussel)

Eerst drieëntwintig verdiepingen met de lift, dan nog eens twee verdiepingen via de trap, en je staat 125 meter hoog boven de Brusselse Louizalaan op de top van de IT Building. Daar huist La Villa In The Sky*, verworven door de eigenaar van La Villa Lorraine* en – vooral – uitgebaat door topchef Alexandre Dionisio. Die liet vorig jaar zijn sterrenzaak Alexandre* (en zijn partner) voor wat ze is, en nam zijn ster, keuken- en zaalploeg mee naar dit prachtige pand op deze unieke ligging. Daar was eerst nogal wat om te doen in de media, want het restaurant kreeg zijn ster zomaar toebedeeld zonder enig bezoek van een Michelininspecteur ondergaan te hebben. Gelijkenissen met het débâcle rond de Ostend Queen uit 2005 (dat op basis van de inbreng door Pierre Wynants een Bib Gourmand kreeg nog vóór zijn opening, wat zelfs leidde tot de intrekking voor correctie van de Michelingids dat jaar!) werden al snel aangehaald. Maar Michelin gooide olie op de golven door erop te wijzen dat hun oordeel in de eerste plaats aan de Chef plakt, en dus ook met hem/haar mee mag verhuizen naar andere oorden.

DSC02794

En dit oord mag er wezen! Het eerste wat in het oog springt, als je de kleine (amper een dikke twintig couverts) eetruimte binnenwandelt, is het weergaloze zicht op Brussel en wijde omgeving, zeg maar groot-Brabant en verder. Je raakt er tijdens de rest van het diner nooit op uitgekeken. Geen enkele tafel moet er bovendien ook maar iets van missen. Je hoeft dus absoluut geen “voorzorgen” te nemen bij de reservatie. De open keuken nestelt zich discreet maar erg zichtbaar op de achtergrond, en het samenspel van de vier souschefs met de Chef valt je eigenlijk pas op als het eerste “Waaaaaw!”-gevoel wat weggeëbd raakt. Drie personen zorgen voor de zaal, zodat hier uiteindelijk toch flink wat personeel bij elkaar steekt voor zo’n klein doelpubliek. Wellicht, samen met het dure pand, mede aan de basis van de stevige, meer dan tweesterrenniveau prijzen die hier gehandhaafd worden: 17 EUR voor een glas champagne (een huis-aperitief is er niet), 175 EUR voor het zesgangen “In The Sky” menu, plus 95 EUR voor aangepaste wijnen, inclusief dessertwijn.

Gelukkig zorgt de keuken van Chef Dionisio ervoor dat je die prijs haast onmiddellijk compleet vergeten bent, en er ook daarna nooit meer aan terugdenkt. We ondervonden het ooit in de Alexandre* en het werd nu ruimschoots bevestigd: hier schuilt wereldklasse! Je voelt het al aan het hoge smaakniveau van de hapjes en het wordt doorgetrokken in de vier voorgerechten, het hoofdgerecht en het dessert. Wat die juist inhouden, kom je pas aan tafel te weten, want er staan geen details op de website, er is geen kaart beschikbaar in het restaurant en je krijgt geen gedrukte samenvatting op je tafel. In ons geval waren de hoofdspelers respectievelijk kingkrab, kleine tongetjes, asperge, Iberico varken, melklam uit de Corèze en chocolade. Telkens kreeg je die in een gezapig tempo voorgeschoteld in overzichtelijke (dus kleine, en zo hebben we het graag) porties, begeleid door prachtige smaken, vaak met Oosterse toetsen. Er viel werkelijk geen enkel dipje te bespeuren: elk gerecht behield dat uitzonderlijke niveau en deed je sprakeloos nagenieten. En dat laatste kon je doen terwijl de lenteavond langzamerhand Brussel begon in te palmen:

DSC02795 DSC02800

Zijn er dan geen minpuntjes? Ach ja: je beschikt best over enige kennis van Frans of Engels. Dit is tenslotte Brussel 😉 Stukken erger, zeg maar effenaf rampzalig: de glazen worden – ondanks de toegepaste prijzen – niet bijgeschonken. Nooit! Nergens! Punt! En het blijkt niet evident om die glazen bokaal warm te houden: we zagen de meeste dames in de loop van de avond truitjes, sjaaltjes en jasjes opzoeken. Een paar extra bio-ethanol sierhaarden, type Ecosmart, zouden hier best op hun plaats zijn. Omgekeerd houden we ons hart vast voor waartoe de koeling (hopen we) al of (vrezen we) niet in staat gaat zijn in hartje zomer. Onze tip is dan ook om op veilig te mikken, en een tafel te boeken tijdens mei/juni of september/oktober.

Zoals hij ook steevast op zijn vorige stek deed, kwam de Chef je op het einde even persoonlijk polsen naar je oordeel. Ik kan me niet voorstellen dat iemand hierbij niet in superlatieven losbarst. Als hij dit niveau volhoudt, dan komt er binnen de kortste keren een ster bij. Wij gaan in ieder geval nog eens proeven en kijken hoe de avond over Brussel valt tijdens “l’été Indien”…

UPDATE
========

Eind 2015 kreeg La Villa In The Sky al – zoals aangekondigd in bovenstaande review – een welverdiende tweede ster! Tegelijkertijd slaagde ex-mevrouw Dionisio er in de Alexandre in om haar door haar man meegenomen ster te heroveren. Hierdoor heeft de Chef eigenlijk een beetje drie sterren, toch?

UPDATE OP DE UPDATE
===================

In de Michelingids van 2017 bleek die heroverde ster van de Alexandre helaas alweer verloren…

Wat anderen vinden van La Villa In The Sky?
======================================

De Tijd

Elle

Together Magazine

Le blog de Carlo de Pascale

Vierbordjes.be

Leeks and High Heels

The foodaholic

eating.be

The foodalist

Da Vinci** (Maasbracht)

Het eerste wat je opvalt bij je aankomst aan restaurant Da Vinci** in het Nederlandse Maasbracht, is het vrij imposante, moderne, ja zelfs trendy ogend gebouw. Eens je de drempel voorbij bent, en verwelkomd door de alom tegenwoordige eigenaar Petro Kools (partner van Margo Reuten, de enige vrouwelijke tweesterrenchef van Nederland), blijf je bewonderend rondkijken naar het gebouw en zijn inrichting vol somptueuze, brede trappen, tussenniveau’s, loungy aperitiefplekken met zalig zittende zetels en allerlei intrigerende aandachtstrekkers. De kroon wordt daarbij gespannen door een Fiat 500 uit 1967, die in Umbrië op de kop getikt werd en mits enig kunst- en vliegwerk (te bewonderen op YouTube) een plaatsje vond op een verhoog pal in het verlengde van de inkomhal.

De aperitiefkeuze kan niet naast Moët & Chandon, want een muur die de onderkant van het pand met zijn plafond verbindt, is volledig met dit merk versierd, dus “noblesse oblige”… Daarbij komen een viertal hapjes waarbij al direct een toets van het kunnen van Chef Margo in het oog springt: een rood bolletje van witte chocolade opgevuld met een vloeistof op basis van peren, die bij het doorbijten van de korst een smaakexplosie in je mond teweeg brengt. Vreemd genoeg blijft het daarbij, zelfs tijdens het bijschenken van de champagneglazen. We moeten wachten tot aan tafel, vooraleer een prachtig warm soepje van smaken het rijtje amuses afsluit.

Van het Margo’s Meesterlijk Menu kan je alle zeven, zes of vijf gangen nemen. Wij kozen ervoor om het obligate  kaasassortiment aan ons voorbij te laten gaan, gezien de vrij minimale inbreng van de Chef in dat soort toestanden. Als eerste kwam meteen ook wat achteraf het hoogtepunt ging blijken te zijn: Atlantische koningskrab op in Campari gemarineerde schijfjes sint-jakobsschelp, druiven en komkommer. Een symfonie van vleugjes bitterheid en frisse zurigheid, wellicht een iets te extreem smakenpalet voor velen, maar voor ons een schot in de culinaire roos! Opvolger werd zeetong met Bouchot mosseltjes, begeleid door in Pernod gestoofde venkel en overgoten met een kerriesaus. Alweer een topper om even stil van te worden. Dan moest de Noordzee tarbot nog komen, versterkt door een met spinazie gevulde ravioli, bloemkool, een gepocheerd kwarteleitje en een mooie hollandaisesaus.

En terwijl we de keuzes van de sommelier aan het bewonderen waren (van klassieke Bourgogne, over zachte Riesling tot een Zuid-Afrikaanse dieprode die aan je slokdarm bleef plakken) waren we al aan het hoofdgerecht toe: enkele kleine plakjes Hollandse hazenrug met bittere chocolade, spruitjes, rode kool, oude Nederlandse wortelsoorten en een rode portwijnsaus. Niets op aan te merken. Op tweesterrenniveau, zoals het hoorde! Wat daarna nog volgde was dat iets minder, vooral door de mierzoete overdaad aan suiker: karamelchocolade met passievrucht, een krokant van hazelnoot, luchtige chocolade bros en in een begeleidend schaaltje een fris bolletje hazelnootijs. Ook de afsluitende zoetjes gingen resoluut diezelfde zoete toer op, en lieten we dan ook grotendeels aan ons voorbijgaan.

Maar los daarvan is Da Vinci aan de Limburgse Maas een mooie, gezellige en smaakvolle ontdekking. Hier kent men zijn job, en wordt gekookt op een even hoog niveau als dat van de interieurinrichting van het gebouw. Kortom, een aanrader!

Wat anderen vinden van Da Vinci?
================================

restaurantrecensiesvancarla

Astridstaste.com

Roger Claessen

 

Slagmolen** (Opglabbeek)

Ik dacht ergens gelezen te hebben dat restaurant Slagmolen** uitgeroepen was tot gezelligste terras van Vlaanderen (of was het van België?). Wel, na een lunch op een zonnige zomerse dag kunnen we dit volop bevestigen! Nog nooit beter gezeten dan in dit volledig overdekte terras (dus nergens in de zon!) in het landelijke Opglabbeek, te midden van het groen-groen-groen van de prachtige tuin, in een oase van stilte en rust. Verrassend weinig last van bijen, vliegen of ander ongedierte. En dat om te genieten van tweesterrenkwaliteit! Wat wil een mens nog meer?

Nadat de Chef Himself de menukaarten was komen rond brengen (een gebaar van zichtbaarheid, dat wij altijd en overal op prijs stellen, maar helaas veel te weinig meemaken in culinair Europa), boden de hapjes als opener de verwachte toetsen van frisheid en appetijt opwekkende zuurte, op het laatste na – een plakje zalm met een flinke dot pickles erop, die onmiddellijk de hoofdrol voor zich opeiste, en de royale smaken van de rest van het hapje jammerlijk de mist deed ingaan. Ook het voorgerecht, een rondje king krab onder een mousse van kreeft, was braaf en had een interessantere behandeling van deze ingrediënten kunnen krijgen. Zeker op dit niveau!

Maar goed, vanaf dan enkel treffers. Eerst het prachtig gebakken mals duifje uit Anjou begeleid door een assortiment knabbelgare, knapperige zomergroentjes, en dan een pracht van een dessert rond bosbessen: drie verschillende (een cocktail, een sorbet en een smoothie), kleurrijke en explosief smakende bereidingen vulden de tafel voor je. Top! Tot slot kreeg je niet de gebruikelijke lading zoetjes, maar keuze uit twee smaken ijslolly, die bij dit weer meer dan gesmaakt werd.

We keren hier zeker nog naar terug, ware het maar om de kunstjes van het team van chef Meewis eens wat intenser te leren kennen op basis van een volwaardig menu. Maar als lunchplek in het mooie Limburg heeft het alvast zijn sterren verdiend!

Wat anderen vinden van de Slagmolen?
=====================================

Restaurantrecensies van Carla

restaurantrecensiesvancarla

Gourmet Kritik

 

Hostellerie St-Nicolas** (Elverdinge)

Na een mislukte poging twee jaar geleden (een reservatie die totaal de mist was ingegaan) besloten we onlangs om Hostellerie St-Nicolas** een tweede kans te gunnen. Gezien de afgelegen situering combineerden we dit met een overnachting in het 400m verder langs dezelfde Veurnsesteenweg gelegen Hotel Nicolas van dezelfde eigenaars. Alvast een aanrader waar je ’s anderendaags verwend wordt met een van de heerlijkste en meest uitgebreide ontbijten waar we ooit op Belgische bodem hebben van kunnen genieten. Doch dit geheel terzijde 😉

De Hostellerie huist in een modern ogend, even strak en trendy ingericht pand, waar we – gezien het weer dit net nog toeliet – bij het binnenkomen de kans namen om het aperitief te nuttigen op het terras met zicht op de mooi aangelegde tuin met waterpartij. Daarbij kwamen een zevental hapjes met hier en daar een constructie die het meesterschap in de keuken niet kon verborgen houden, maar over het algemeen toch een brave indruk nalieten. We hoopten op beterschap aan tafel. En die was er al snel!

Het eerste voorgerecht van de zevengangen degustatiemenu was er eigenlijk drie! Eerst twee bereidingen van tonijn (in rolletjes begeleid door een chibouste van waterkers met yoghurt, en daarna nog eens in tartaarvorm met Oud Brugge kaas en allerlei variaties van radijs) gevolgd door gefrituurd nieroogkreeftje dat er uitzag als een kadaifi (een wollig ogend gebakje uit de Balkan) met knolselder. Dan pas kwam het (officiële) tweede, maar dus eigenlijk al vierde voorgerecht: pladijsfilet met Alaska king krab, een chinese groene asperge en overgoten met een mooi kreeftensausje. En waar we daarna het meest van verwacht hadden, de gelakte rivierpaling met rode biet en een warme ganzenleverpraline, ging wat de mist in door het wellicht overgemarineerde en daardoor te zuur geworden stukje paling. Spijtig, want met die twee ingrediënten valt veel meer te doen.

Gelukkig maakte de rest van de menu veel goed. Eerst de hoofdmoot onder de vorm van een duifje uit Steenvoorde, waarvan zowel het van binnen mals en van buiten krokant gebakken borststuk, een van de billetjes en een vol-au-vent van (vermoed ik) de restjes, geserveerd werden, samen met een fantastische jus met geroosterde kerrie, een donkere jus die je vaak enkel bij dit soort gevogelte op je bord krijgt. Maar wat voor ons dé klap op de culinaire vuurpijl was, kwam daarna. Eerst lieten we het kaasbordje aan ons voorbijgaan om nog een gaatje vrij te houden voor de twee desserts. Maar dit werd geïnterpreteerd als een afwijzing puur om redenen van goesting, en dus werd het prompt vervangen… door een extra dessert. Maar wat voor desserts! Alle drie perfecte combinaties van koud en fruit, van smaak en textuur, kortom: vakmanschap!

Vermelden we daarbij ook dat de aangepaste wijnformule een aanrader is, en bovendien rijkelijk bijgeschonken wordt. Voor ons geen nood: we hadden “maar” 400m te voet te doen, langs de (helaas ’s avonds onverlichte en toch nog drukke en gevaarlijke, gezien het ontbreken van voetpaden) steenweg naar het hotel. De service is erg attent, informeel en vlekkeloos. Er vielen amper merkbare “pauzes” in het tempo, zelfs al was de eetzaal (waar naar ik schat een vijftigtal couverts hun plaats kunnen vinden) compleet volzet. Enig minpuntje vormt het brood, waarin de smaak enigszins zoek is, en waarvoor je enkel één botersoort en een flesje olijfolie ter beschikking kreeg. Normaal gezien volstaat dit, maar in een tweesterrenrestaurant mag het wel iets meer zijn (meerdere botersoorten? reuzel? een origineel beleg? keuze uit verschillende oliën?).

Het was dus al bij al een aangename kennismaking met de Hostellerie Saint-Nicolas, dat we ergens tussen één en twee sterren zouden durven situeren (een beetje vergelijkbaar met wat die andere bekende Hostellerie** in dezelfde provincie waard is). Gezien de afstand en het weinige in de buurt (toch als je de oorlogslittekens van Ieper en omgeving, of het geweld van Bellewaerde intussen voldoende meegemaakt hebt) zit er niet direct een herhaling in wat ons betreft. Maar voor alle anderen, die het overwegen: een aanrader! Doen!

Wat anderen vinden van Hostellerie St-Nicolas?
==============================================

Aventures gastronomiques

Goûtez-moi ça

Millepat Voyages

Hof van Eten

vierbordjes.be

Travels – Ballroom Dancing – Amusement Parks

Yet Another Blog

Travellings of Love

 

L’Air du Temps** (Liernu)

Chef Sang-Hoon Degiembre is niet uit de media weg te branden. Voert overal gastpresentaties op. Nodigt allerlei collega’s uit om hier hun keukenkunstjes te komen vertonen. En wordt her en der geroemd om zijn unieke en onnavolgbare signatuur. Kortom, L’Air du Temps** mocht niet op ons palmares ontbreken. Dus wij naar het landelijke en afgelegen Liernu…

De trip ernaartoe had trekjes van wat je onderweg naar In De Wulf* tegenkomt: smalle landwegeltjes, waar je elke tegenligger verwenst, doorheen bucolische, heuvelende weiden en velden, en dan plotseling, op een lichte heuveltop, zo goed als compleet geïsoleerd, de omgebouwde hoeve waarop het Aziatische logo je al van verre begroet. Aperitief en amuses werden aangeboden op het onwezenlijk stille terras dat baadde in de zon en een rustgevend uitzicht biedt op de omgeving en de gigantische kruiden- en groententuin van het restaurant. Een zevental hapjes passeerden de revue, en zouden al snel weer vergeten zijn, ware het niet van die ene uitschieter: mossel met friet op de wijze van de chef! Twee stomende mosselschelpen werden aangeboden in een zo’n typisch mosselterrientje, maar niets bleek wat het was: de rook kwam van het verdampend stikstofijs, de schelpen bleken perfect eetbaar en zorgden voor de frietsmaak bij de mosseltjes. Een fantastische en smaakvolle vondst, waar het meesterschap van afstraalde!

In de strak ingerichte eetzaal, die wel – zo konden we buiten vaststellen – met airco uitgerust was, maar daar was weinig van te merken binnenin, word je aan een tafeltje gezet waarover een lederen tafelkleed gedrapeerd is. Alweer een toets die we eerder bij collega Desramaults aangetroffen hadden. Helaas was het hier vergeven van de vliegen, waardoor een flink deel van de maaltijd én de sfeer verkorven werd. We gingen voor het vijfgangen Genèses menu, waarvan de gerechten een mysterie blijven tot ze voor je neus gebracht worden. Het begon met een bolletje noedels met kleine stukjes kreeft, dat ons niet echt “in het gerecht trok”. Een braaf en schuchter begin. Dat werd echter compleet van de kaart geblazen door wat volgde: eerst werd ons (alweer) kreeft voorgesteld, zoals ze net gestoomd was in louter groenten en kruiden. Geen water kwam eraan te pas. Die verdween opnieuw in de keuken, om ietsje later in hapklare stukjes terug te keren, geserveerd in een soepje dat een ware smaakbom bleek te zijn. Een topklasse gerecht!

Toen we daarna een minuscuul stukje duif met wat krokante crumble erop voorgezet kregen, zonder bestek (dus met de vingers te eten – de zoveelste In De Wulf toets) maar met twee pastilles die zich, na overgieten met water, ontpopten tot volwaardige doekjes, dachten we met een tussengerechtje – een wachttijddoder, zeg maar – te doen te hebben. Achteraf gezien ging het hier om het derde voorgerecht: je nam het vleesklompje vast, stak het in je mond, en een paar beten later was het verleden tijd. Zowel op tafel als in je culinair geheugen, helaas…Dit mag echt niet als een volwaardig gerecht bestempeld worden!

Hoofdgerecht waren weliswaar mals gebakken, maar allerminst krokante kalfszwezeriken met een assortiment uien en enkele andere zomergroentjes. Niet echt om van omver te vallen en zeker geen twee sterren waardig. En dit gold tenslotte ook voor het dessert, en de plakkerige, mierzoete uitsmijters bij de rekening. Gelukkig viel deze laatste relatief mee (95 EUR plus nog eens 45 EUR voor de aangepaste wijnen, die erg zuinigjes geschonken, en amper bijgevuld werden), maar toen was het kalf voor ons al lang verdronken.

Nee, L’Air du Temps heeft/had het niet. Zeker geen tweesterrenervaring om van na te dromen. Eén kunststukje bij de hapjes, en één smaakexplosie bij de voorgerechten is daarvoor compleet onvoldoende. Wij gaan het zelfs geen tweede kans gunnen. Er is beters genoeg te vinden dichter bij de deur.

Wat anderen vinden van L’Air du Temps?
=====================================

Be-Gusto

Le Gourmand Belge

Flip’s Fucking Foodblog

Belgian Taste Buds

CenC Culinair

Coolinary.be

WBP Stars

Very Good Food

Au goût d’Emma

restaurantrecensiesvancarla

purefood

L’Eau-Vive** (Profondeville)

Tot onze verbazing stelden we onlangs vast dat onze eerste kennismaking met L’Eau-Vive** al van meer dan twee jaar geleden dateerde. Nochtans hadden we enkel maar mooie en – vooral – lekkere herinneringen aan dat eerste bezoek: op een zonnige lenteavond was het fantastisch toeven op het terras naast een klaterend watervalletje, restanten van een 17de-eeuwse watermolen waaraan het restaurant zijn naam ontleent. We herinnerden ons de talrijke heerlijke hapjes, het snelle tempo (iets wat wij wel appreciëren, maar alle begrip voor wie daar een andere visie op heeft), de kleine porties (zelfde opmerking), de smaakbommen,… Enkel het verblijf in de toen pas door de eigenaars opgerichte B&B L’Espace Médissey viel wat tegen: te ver van het restaurant gelegen (meer dan 4km), waardoor je toch de wagen nodig had, en teveel volk aan één tafel ’s morgens.

Dus besloten we deze keer tot een heen-en-terug (wat toch snel 2 x 85 km betekende) voor het bevestigingsbezoek. En het werd er – bijna tot onze eigen verbazing – eentje met gemengde gevoelens aan de eindmeet. Ontvangst gebeurde in een ruimte die als “salon” bestempeld werd: 4 nogal kitscherige zetelpartijen als enig ornament in een somber kamertje met een schreeuwerig behang (vage reminiscenties naar de look-and-feel van de website, zo vermoeden we) was ons onderkomen voor het aperitief. Slechts twee minuscule amuse-bouches kwamen uit de keuken, zodat we de meeste tijd zonder de nochtans twee jaar geleden zo overvloedig komende en (toen) fel geapprecieerde hapjes zaten.

Eenmaal aan tafel kwamen er daar nog twee bij, maar toen was de aperitief uiteraard al lang verleden tijd. Die eetzaal is overigens een prachtige ruimte waar de pui voor een zee van licht zorgt en een rustgevend uitzicht op het watervalletje biedt. Spijtig dat de inrichting verder niet een gelijkaardig niveau haalt, en enigszins verzandt in dezelfde kitscherigheid van het salon. We gingen voor de degustatiemenu: 3 voorgerechten, hoofdgerecht en dessert voor zo’n 95 EUR (+ 40 EUR voor aangepaste wijnen).

Het viel ons op dat er nogal op veiligheid gemikt was bij het samenstellen van dat menu: als opener twee lauwe Gillardeau oesters met Granny Smith appelstreepjes, daarna een fantastisch gebakken stukje zeebarbeel op een bedje van gebrande uien en een puree van ratte-aardappelen, gevolgd door in de pan gebakken eendenlever met rabarber en een reductie van Pinot Noir. Hoofdgerecht was melklam uit de Aveyron met een groene asperge. En in het dessert konden uiteraard geen aardbeien ontbreken (Wépion is vlakbij).

Maar dat was het! De smaken zaten correct (wat eigenlijk niet echt moeilijk is met ingrediënten als oesters en eendenlever), de bereiding was perfect, de samenstelling van de gerechten was klassiek, zonder franjes of werkintensieve voorbereidingen. Kortom, toen we thuis terug naderden, waren we de meeste zaken al weer vergeten, en vluchtigheid is nooit een goed teken in deze materie! De Michelin omschrijving van de tweesterrencategorie is “een omweg waard”. Wel, L’Eau-Vive** is dit niet echt. Eén ster? Absoluut! Maar twee? Mmm…

Wat anderen vinden van L’Eau-Vive?
================================

Passion Cuisine

Epicurien

Bord’Eau** (Amsterdam)

In de Michelingids voor 2013 kreeg restaurant Bord’Eau** zijn eerste ster uitgereikt, en één jaar later, in de gids voor 2014, werd dat aantal sterren al verdubbeld! Een vrij uitzonderlijke prestatie, die onze interesse wekte. En dus profiteerden wij van een citytripje Amsterdam om deze culinaire tempel aan de boorden van de Amstel rivier (vandaar de woordspeling in de naam) even een bezoekje te brengen.

Bord’Eau maakt deel uit van het Hotel de l’Europe, en het is langs de toegangshal van het hotel dat je de gang naar het restaurant dient te bereiken. Wij gingen voor het vijfgangenmenu, dat na de (eerlijk gezegd niet zo lang bijblijvende, want intussen – amper twee dagen later – alweer vergeten) hapjes begon met een craupedine van in zoutkorst gegaarde Italiaanse biet met een krokantje en een roomijs van wasabi. Je had er wel alle belang bij om het bolletje wasabi tijdig als dusdanig te herkennen, want een pure hap ervan betekende een aanslag op je smaakpapillen. Ook was de proportie biet in het geheel van de compositie veel te doorslaggevend en daardoor onnodig overheersend.

Een langoustine met lardo di Colonnata, doperwten en munt vervolledigde het duo van voorgerechten. Lekker, tout court. Maar we werden er niet bepaald wild van. Op dan maar naar het duo hoofdgerechten: eerst als “basquaise” gestoomde tarbot met jonge venkel, zilte bouillon en licht gerookt. En daarna een stukje Texels lamszadel met tuinbonen, jus “pré salé” met bieslook en kokkels. Stijlvol en met kennis van zaken bereid, maar nergens een mokerslag.

Eigenlijk bleef het dessert nog het langst hangen: een bol van suiker werd voor je neus open geslagen met een lepel ijs. Bij mij liep het even mis, en diende de bol een paar extra klappen te krijgen. Toch bleef het effect even spectaculair als smaakvol. Maar… daar bleef het bij. Geen snoepjes tot slot, enkel de rekening (dat met aangepaste wijnen 500 euro bedroeg voor 3 personen, en dus nogal meeviel).

We gingen met gemengde gevoelens naar ons hotel terug. Zeker, de chefs van Bord’Eau kennen hun métier, vallen in geen enkel gerecht uit de toon, en weten hier en daar wel iets speciaals aan te brengen. Maar we waren een en ander te vlug vergeten om wel te zijn. Misschien is die tweede ster wel iets te snel toegekend?

Wat anderen vinden van Bord’Eau?
==============================

ElizabethOnFood (2)

Ohmyfoodness

ElizabethOnFood (1)

Comme Chez Soi** (Brussel)

Het is een stuk gastronomisch erfgoed (mocht dat bestaan), zeker onder de hoede van de legendarische Pierre Wynants, die tot aan zijn pensioen in 2006 de drie sterren van de Comme Chez Soi** gedurende 27 jaar koesterde. Opvolger en schoonzoon Lionel Rigolet diende er weliswaar één van in te leveren, maar toch konden wij een dergelijk monument niet langer links laten liggen…

Het prachtige en rijkelijk van late Art Nouveau toetsen voorziene pand ligt op het Rouppeplein, op enkele tientallen meter van een aanstormende concurrent van de jonge garde, Alexandre* Dionisio. Wat onmiddellijk opvalt, is de erg smalle eetzaal: zitbanken aan de muurkant, stoelen er recht tegenover, met eerder symbolische scheidingswanden tussen de tafels. Een en ander heeft als gevolg dat de tafel dient verschoven te worden om (meestal) de dames toegang te kunnen verlenen tot hun zitplaats. Erg vervelend als tussen twee gangen door even naar het toilet dient gegaan te worden… En de heren zitten dus allemaal – als we de dame even onbeleefd over het hoofd zien – naar de muur te turen. Een groot venster aan de achterkant van de eetruimte biedt zicht op de keuken.

Na het afgeven van onze autosleutels aan de (erg nodige) voiturier, werden we hartelijk ontvangen door gastvrouw Laurence. Na ons eerste Nederlandstalige antwoord werden we de rest van de avond onberispelijk in onze taal behandeld, op de (Spaanse) sommelier César Román na. Wij gingen voor het zesgangenmenu, want we hadden hoge verwachtingen van het extra gerecht (kalfszwezeriken met truffel!). Een vijftal erg kleine en weinig vuurwerk biedende hapjes begeleiden onze glazen uitstekende champagne. Dus stelden we al onze hoop op het eerste voorgerecht, kort gestoomde langoustine en king crab remoulade met yuzu, basilicum en Espelette peper. Helaas, toen de borden voor onze neus gezet werden, roken we meteen een visgeur: een onbetwistbaar teken dat er een niet-kraakvers ingrediënt op het bord lag. Kon dus enkel de langoustine of de krab zijn.

Ook het tweede voorgerecht leek erg veel potentieel in zich te hebben: een bouillon van sint-jakobsvruchten begeleid door kaffir bladeren, Thaïse kerrie, groene sansho en alikruiken. Zeker in zo’n bouillon zou je een batterij van smaken moeten kunnen steken. Helaas, pindakaas. Het draaide uit op een braaf, haast alledaags gerechtje, dat je een minuut nadat je het opgegeten had, alweer vergeten was. Spijtig, maar er waren nog 4 gerechten om het goed te maken. Te beginnen met de zeebaarsfilet met een reductie van syrah, wilde rijst en gestoofde spruitjes. Zeebaars blijft een prachtige vis, waar een chef alle kanten mee uit kan. Ook hier deed die dat met verve, zodat we opnieuw enige hoop begonnen te krijgen op de rest van dit culinair verhaal.

Als laatste voor de twee desserts kwamen dan de kalfszwezeriken met truffel uit de Vaucluse, shiitake en een krokante witloofsalade. De zwezeriken waren zoals we ze verwacht hadden: smeltend in de mond. Alleen… truffel leek te ontbreken! Haast geen zweem van smaak ervan te herkennen. Toen de gastvrouw, die erg attent onze bezorgde blikken al opgemerkt had, even kwam polsen, was de enige repliek… dat het seizoen eigenlijk al een beetje ten einde was! Vandaar onze bedenking: waarom dan een gerecht op je kaart zetten dat een (doorgaans als royaal beschouwd) ingrediënt vermeldt, waarvan je weet dat het buiten seizoen aan het gaan is? Een beginnende kok in een brasserie zouden we zo’n misstap misschien nog vergeven, maar niet een tweesterrenchef in een etablissement met een dergelijke renommee!

Gelukkig maakten beide desserts nog een beetje goed: eerst een cannelloni van exotische vruchten met sambabloemen, ananas, een lichte vanillesausje, citroenkruid en tempelierspeper, gevolgd door een duo van Belcolade chocolade met zoeloe thee, een yoghurt op basis van marshmallows en een sorbet van bloedappelsien. Twee topdesserts en prachtige visuele composities, maar het kalf (of moeten we hier niet eerder spreken van… de kalfszwezerik?) was helaas al verdronken tegen dan.

Voeg bij dit alles de méér dan stevige prijs, die precies nog aan het vroegere driesterrenniveau is blijven plakken: een kleine 200 EUR per persoon voor het menu plus 15 EUR per glas champagne. Bovendien is er geen formule met aangepaste wijnen of wijnen per glas, zodat je verplicht bent om iets te kiezen uit de weliswaar impressionante maar uiterst prijzige wijnkaart-op-iPad (een gadget die we voordien enkel tegengekomen waren in de Jardin Tropical*, toen die nog zijn sterambities probeerde hoog te houden), waar je eerder flessen richting 300 à 500 EUR dan onder de 100 EUR op aantrof… Kortom, beneden de 600 EUR kom je moeilijk met zijn tweeën buiten hier!

Als uitsmijter beleefden we nog een stukje slapstick op het propvol geparkeerde Rouppeplein, waar de voiturier er niets beter op gevonden had dan te proberen om ons druk gesticulerend een doorgang aan te smeren tussen de veel te dicht op elkaar gepakte auto’s. Enkel nadat we de gastvrouw er terug bij gehaald hadden, bleek hij plotseling wel bereid om een wagen te verplaatsen, zodat we verder konden. Een detail dat niets te maken heeft met de keuken, maar wel “blijft plakken”…

Kortom, Comme Chez Soi? Plus pour moi!

=======================================
Wat anderen vinden van de Comme Chez Soi?

ElizabethOnFood

Coolinary

Brusselblogt.be

American in Spain

The Wandering Epicures

The Phyllis List