La Truffe Noire* (Brussel)

Allereerst dit: La Truffe Noire* was tweede keus. Onze reservatie bij opkomend talent L’Essenciel in Leuven werd op het laatste nippertje eenzijdig geannuleerd (niet meer doen, hee, Niels, of we gaan ons kwaad maken 😉 ) Maar goed, alle hoop werd dan maar in de handen van Luigi Ciciriello gelegd. En dat zouden we geweten hebben…

Het restaurant ligt op een ideale plaats, in de commerciële betekenis van het woord: vlakbij het begin van de Louizalaan en het Terkamerenbos, in een buurt vol ambassades, statige bourgeoisiehuizen, ja zelfs een compleet afgesloten en bewaakte “compound” voor rijke Fransen en andere fiscale uitwijkelingen. Het enige niet zo ideale eraan is de complete afwezigheid van parkeergelegenheid. Je bent dus 100% zeker aangewezen op de voiturier, die net voor onze aankomst een flashy Maserati aan het wegmanoeuvreren was. Bleek het voertuig van de eigenaar Himself te zijn, die met nog andere Italiaanse (vooral vestimentaire en gesticulaire) trekjes zou uitpakken.

Binnenin valt een best aangename en gezellige mix op van art-deco-achtige statigheid en trendy modernistische toetsen. De eetzaal is gelukkig iets ruimer en breder, maar deed ons toch wat aan de Comme Chez Soi** denken. Het restaurant doet verder zijn naam alle eer aan: nog vóór de aperitieven op tafel staan, krijg je meneer Ciciriello (“Maître de Maison“, prijkt er op zijn visitekaartje) al een eerste keer aan je tafel met twee bokalen truffels, een voor de witte en een voor de zwarte. Elke klant wordt uitgenodigd in beide eens zijn of haar neus te steken, en te beamen wat hij je bijna influistert, namelijk dat de witte inderdaad sterker en geuriger overkomen. Het zou ook de laatste keer niet zijn dat we door hem bijna met de neus in een pot of bord gedrukt zouden worden, en dat ook bij de andere tafels zagen gebeuren. Enkel de obligate toeristen leken er verrukt door…

Omdat een paar gerechten onze aandacht hadden getrokken, gingen we uitzonderlijk eens voor een à la carte aanpak. Eerst kregen we een plankje met een drietal hapjes voorgeschoteld, die ofwel nogal droogjes en smakeloos doorgeslikt werden, ofwel – in het geval van een reageerbuisje met een warm (pompoen?)soepje – een onaangenaam zurige nasmaak nalieten, vergelijkbaar met wat je in de mond krijgt als je soep iets te lang in de koelkast bewaard hebt. Vlug vergeten, die handel! Maar toch al een teken aan de wand, want een van onze gouden regels is dat de amuses meestal een reflectie zijn van het kunnen van de Chef en het niveau van de keuken. Een regel waartegen ook deze avond niet zou gezondigd worden…

Tweede teken aan de wand vormde de kaart, die veel te uitgebreid was om er een sterrenniveau te kunnen mee handhaven: naast vier menu’s (het vijfgangen Diamant-, het zesgangen Privilege- en het driegangen weekmenu, plus een apart viergangen menu voor wie hier met een Bongobon neerstreek), had je keuze uit dertien voorgerechten, zeven pastagerechten en acht hoofdgerechten. In sommige brasserieën is de keuze beperkter! Bij zo goed als elk gerecht had je ofwel een standaard er deel van uitmakende vorm van truffel (weze het als bestrooisel, onderdeel of in olie), ofwel optioneel de mogelijkheid er extra witte of zwarte truffel te laten opschilferen (mits telkens een stevige meerprijs). Onderaan viel ons een origineel zinnetje op: “In het belang van uw eigen comfort, verzoeken wij u vriendelijk uw gsm aan de receptie te laten of uit te schakelen“…

De voorgerechten die we best wel eens in combinatie met truffels een kans wilden geven, waren enerzijds een risotto van koningskrab met Thaise groene asperges en geraspte zwarte truffel, en anderzijds roereieren van Columbusei met truffels en bruschetta van lookbrood. We maakten een eerste maal kennis met de gigantische porties die je hier voorgeschoteld krijgt, en die je onmiddellijk alle eetlust wegnemen. De roereieren bleken helaas niets meer dan dat, zelfs al moesten we (op zachte dwang van de Maître de Maison) er eerst met de neus boven gaan hangen om al een zweem van de gebruikte truffelolie op te vangen, waarna hij er nog een stevig laagje witte aan toevoegde.

Als hoofdgerechten hadden we gekozen voor een concerto van knapperige kalfszwezerik (die alles behalve knapperig bleken te zijn) en geroosterde kreeft, estragonsaus en gestoofde preisliertjes (alweer een verkleinwoord dat de lading niet dekte, want die eisten het bord haast voor zich alleen op), naast een geroosterd duifje van de Vendée (“duif” ware een gepaster vocabulaire geweest voor de veel te serieuze portie vlees op het bord) met Norciatruffel, een aardappelschotel met truffel (en – het moet gezegd – begeleid met een prachtige donkere saus) en – na het afruimen hiervan – de gegrilde bout op (zeg liever: verzinkend in een berg van) krulsla met truffeljus. Door zowat elk bord half over te laten, kon er uit het aanbod van elf stuks nog net een dessertje van ijs of sorbet bij, dat we onmiddellijk na het verwerken alweer vergeten waren.

Prijs voor dit alles? Met champagne als aperitief, twee (!) glazen passende wijn bij de gerechten en een klein flesje bruiswater net geen 340 EUR voor twee personen. Een prijs op **-niveau in een etablissement dat uiteindelijk, naar onze bescheiden mening, zelfs geen *-niveau haalt. Laten we het houden op: de betere Italiaanse brasserie, dat het eigenlijk uitsluitend moet hebben van het ingrediënt in zijn naam. Voor het overige weten het chefduo Aziz Bhatti & Erik Lindelauf niet echt een stempel te drukken op hun bereidingen. Dit in haast extreme tegenstelling tot wat Maître Luigi in zijn zaal voor mekaar krijgt.

Deze laatste stopte ons bij het afscheid nog een notitieblokje in de handen met zijn foto erop (een gezicht dat je zowat overal op tafel en in de menu’s tegemoet lacht) en deed ons uitgeleide met de belofte om het volgende keer bij kleinere porties te zullen houden. Dit veronderstelt dat er ooit een volgende keer komt. Wij vrezen van niet…

Wat anderen vinden van La Truffe Noire?
=================================

Madame Monsieur

Travel Café

Advertenties

Hertog Jan*** (Zedelgem)

2014-08-15 15.31.11

Ja, het is een prachtig pand, die nieuwe locatie van de Hertog Jan***. Met een fenomenale, gigantische groenten- en kruidentuin, waar zowat elke tafel in de eetzaal een prachtig zicht op heeft. Je realiseert je dit des te meer als je na afloop van de maaltijd uitgenodigd wordt om – met een fris kruidendrankje – een wandeling doorheen dit groene, rust uitstralende paradijsje te maken. Van achteraan die tuin valt het contrast des te meer op tussen de rode, verweerde stenen van de oorspronkelijke woning op de achtergrond tegenover de zwarte, modernistische en met overheersende vensterpartijen opvallende nieuwbouw ervoor.

Maar…

Tijdens die wandeling langs de talrijke perken met groenten word je wat aan je lot overgelaten. Geen naambordjes, niets. Zelfs wij (met tientallen jaren expertise in de groenten en fruit groothandel) hadden het moeilijk om alle planten thuis te brengen. Voor een leek moet zo’n rondgang snel afstompen tot een digestieve wandeling zonder meerwaarde, en dat is spijtig voor een tuin met dergelijk potentieel.
Ook vielen een aantal rottende en verwelkte struiken en beplantingen enigszins uit de toon in wat toch het buitenwalhalla van smaak en verfijning zou moeten zijn. Had ik niet ergens gelezen dat Chef Gert De Mangeleer er een full time tuinier op nahoudt? Wel, die heeft nog heel wat werk op het schap!

Ja, De Mangeleer kan koken! Dat kwam al tot uiting in twee van de vier hapjes: het heerlijke barbecue spek in een soort knapperige kroepoek ingewerkt en pittoresk gepresenteerd op een bedje van stro, en het méringue bolletje met vlagen framboos en rode biet, dat een – gelukkig niet overheersend – stukje ganzenlever verborg. Het eerste voorgerecht van het “Korte Ontmoeting” menu waar wij voor gekozen hadden (hapjes, 2 voorgerechten, hoofdschotel en dessert – 115 EUR + 65 EUR “all-in”), blies ons vervolgens compleet omver: een stukje gerookte Oosterscheldepaling begeleid met venkel, het geheel in een sopje van miso dat als een ware smaakbom ontplofte in de mond. Het signatuurgerecht dat daarop volgde, de met ibericoham en snijboon opgevulde puntpaprika, verbleekte er (onterecht) enigszins bij.

2014-08-15 13.50.00

Maar…

Bij het hoofdgerecht ging het verkeerd. Eerst werden we een glas witte wijn ingeschonken, en werd ons een gerecht op basis van tarbot aangekondigd (de menu’s zijn naar inspiratie van de Chef samengesteld, en dus komt elke bereiding als een verrassing op je bord). We keken enigszins verbaasd naar het Opinel vleesmes dat intussen al klaargelegd was, en nog verbaasder toen ons Wagyu vlees voorgezet werd, klaargemaakt op de Mibrasa oven, en begeleid door een potje smeuïge aardappelpuree en een flinke kom groenten. Goed, de witte Bordeaux werd snel vervangen door een rode Spaanse. Maar we bleven met een dubbel gevoel achter: enerzijds voelden we geen meesterschap van de Chef in dit simpele gerecht (geef om het even welke hobbykok dezelfde ingrediënten, en de meesten zullen erin slagen zoiets op tafel te krijgen), en anderzijds begon het toen ook tot ons door te sijpelen dat de “all-in” formule betekende: één glas witte wijn voor de twee voorgerechten, en één glas rode wijn voor het hoofdgerecht. Geen denken aan bijschenken! Voor 32,5 EUR per stuk hadden we zonet de twee duurste glazen wijn uit onze culinaire geschiedenis gedronken…

Ja, op de net vermelde verwarring na is de dienst onberispelijk in Hertog Jan. Een achttal jonge medewerkers malen kilometers af in de grote (het kwam bij wijlen zelfs over als een enorme) eetzaal, waar voor (te) weinig of geen afscheiding tussen de tafels gezorgd werd. Mede-eigenaar Joachim Boudens houdt (en heeft) alles in het oog, en coacht voortdurend zijn team. En dat is nodig, want de meesten onder hen stralen niet echt veel ervaring uit.

Maar…

De eetzaal heeft veel meer potentieel. Zoals ze momenteel ingericht is, deed ze ons nog het meest denken aan… de zaal van een uitvaartcentrum! Een beetje kunst aan de muren en tussen de tafels zou wonderen kunnen doen. Er kunnen vlot een zestigtal couverts een plaatsje aan de tafels vinden (en dan denken we nog niet eens aan het inschakelen van de extra beschikbare ruimte ernaast), wat toch kantje-boordje is om een driesterrenniveau te kunnen handhaven.

En ja, de Chef doet wonderen met wat hij in zijn tuin kweekt. Dat konden we nog eens ervaren bij de Hertog Jan thee, waar we voor kozen na het (kleine) dessertje, een zandkoekje met aardbeien, rozen en kruiden. Op dit aftreksel van een dozijn kruiden en groene wondertjes zouden we eerder het etiket “infusie” kleven, maar de doortastende smaak (met munt als hoofdspeler) mag best naast deze van de beste thees staan.

Maar…

De weinig variërende zoetigheden op de snoepkar konden ons dan weer heel wat minder bekoren. We kunnen voor de vuist weg een handvol mindere sterrenzaken opnoemen, waar op dit gebied heel wat meer afsluitend stuntwerk geboden wordt (spontaan komen dan resto’s als de Bon-Bon** en zelfs de Arenberg* in gedachten). Bovendien bemerkten we dat voor sommige tafels oliebollen voorzien waren als finale uitsmijter. Maar de tafels die al afgerekend hadden en het restaurant verlaten, hadden die niet gekregen, en wij al evenmin (zou onze Korte Onmoeting daarvoor té kort bevonden worden?). In het Hof van Cleve*** zagen we nochtans deze attentie iedereen ten deel vallen…

We gingen dus met gemengde gevoelens naar buiten. Ja, de Chef kan het, dat voel je en hier en daar proef en zie je het ook. Zijn team is nog een beetje te zichtbaar zijn weg aan het zoeken doorheen de veel te grote eetzaal, waar een paar extra toetsen voor een meer gezellige en intiemere sfeer zouden kunnen zorgen. Maar de invulling van een “all-in” formule is grotesk en bijna beledigend, en het gemiddelde niveau van wat we tijdens deze Korte Ontmoeting voorgeschoteld kregen, neigt meer naar één of misschien twee, maar zeker niet naar drie sterren.

Wat anderen vinden van Hertog Jan?
===============================

Be-Gusto

Crooze

One Life Live It!

WBP Stars

ElizabethOnFood

Au goût d’Emma

Belgian Taste Buds

Coolinary.be

Restaurantrecensies van Carla

Andy Hayler’s Restaurant Guide

vaut le voyage

The Wandering Epicures

I started it before I got 40

lomejordelagastronomia.com

Spetters* (Breskens)

Opgeleid in Hotelschool Ter Groene Poorte, ervaring opgedaan in De Librije***, Oud Sluis*** zaliger en De Kromme Watergang**, en op 25-jarige leeftijd al een eerste Michelinster (Laurent Smallegange)! Voeg daar een ex-sommelier van De Librije*** (Wouter Denessen) aan toe, en je hebt Spetters* op het eerste verdiep van een gebouw aan de jachthaven van Breskens. Pour la petite histoire: dit restaurant was vroeger in handen van Edwin Vinke, die intussen enkele kilometer verder langs de Westerschelde een paar sterren gaan verzamelen is in de eerder genoemde Kromme Watergang** (en dat mogen er voor ons part best drie worden, maar we wijken af).

Het was een vreemde (en – achteraf bekeken – onbegrijpelijke) ervaring om het restaurant praktisch voor ons alleen te hebben op een zonnige vrijdagmiddag in volle hoogseizoen. Van aan je tafeltje geniet je van een uitzonderlijk mooi zicht op de jachthaven met zijn drukke gedoe van aan- en uitvarende bootjes, het ene al wat mondainer dan het andere. We gingen voor het Menu Jeunes Restaurateurs d’Europe, dat je zowel in een vier- (55 EUR) als in een vijfgangen (69 EUR) versie kunt bekomen. Als aperitief aanvaardden we de suggestie van de zaalmanager Wouter, een speciaal voor Spetters gebottelde Crémant d’Alsace. Een uitstekende suggestie, zo bleek al snel. De eerste appetizer kwam onder de vorm van twee reageerbuisjes, en bleek een kleurloze gazpacho van tomaat te zijn (enkel twee minuscule tomaatjes onderaan het glas bevestigden het geheel). Als binnenkomer kon dit tellen: enerzijds een sterk staaltje van het technisch kunnen van de chef, maar anderzijds ook een perfecte smaakbom om je papillen open te krijgen.

Daarna kregen we twee luchtige witte bollen die mooi en origineel gepresenteerd waren op een achtergrond van een miniatuur grasveldje (een knipoog naar het golfterrein?), en die ontploften en daarna wegsmolten in je mond. De gerookte groentencocktail die daarop volgde, lag ons iets minder, maar gelukkig was dit snel vergeten met de laatste amuse, enkele kleine octopusjes in een oogstrelend aria van groentjes en kruiden.

Eerste voorgerecht was een prachtig smakende combinatie van krab met een heerlijk stukje lauw buikspek, afgewerkt met yuzu en yoghurt. Mooi gevonden, en alweer een originele combinatie van ingrediënten. Maar wat daarna kwam, blies alles weg: een haast onzichtbaar, en zeker niet opdringerig plakje foie gras in het gezelschap van enkele dieprode kersen, bietjes, cabernet sauvignon, en… koffie. Die laatste zat verborgen in een meringue bolletje, dat die smaak pas losliet als je het doorbrak in je mond. Opnieuw waren we even van de kaart van zoveel technisch vernuft en zo’n explosie van smaken. Proefden en zagen we hier een vleugje Librije?

Tussen voorgerechten en het hoofdgerecht (een fantastisch gegaard stukje kalf ‘van voor naar achter’, met bataat en girolles) kwam de Maître zomaar een extra witte wijn presenteren, die – net als alle andere aangepaste wijnen bij dit menu – een ware ontdekking bleek te zijn. Maar ook deze “tussengerecht”-formule (een ander glas wijn, in plaats van de meer traditionele halve amuse) kon ons best bekoren. Ook het dessert werd eerst ingeleid door een Ginger Mojito in een halve limoenschelp op een bedje van gesnipperd ijs, en bleek een frisse en oogstrelende constructie op basis van verveine, wasabi, appel en koriander te zijn.

U begrijpt dat we onder de indruk waren/zijn van Spetters. Dit is een unieke samenstroom van heel wat mooie, lekkere en vernuftig klaargemaakte dingen die je anders enkel in de eerder vermelde topsterrenzaken aantreft. We komen hier zeker nog terug!

Wat anderen vinden van Spetters?
==============================

Be-Gusto

Belgian Taste Buds

WBP Stars

Slagmolen** (Opglabbeek)

Ik dacht ergens gelezen te hebben dat restaurant Slagmolen** uitgeroepen was tot gezelligste terras van Vlaanderen (of was het van België?). Wel, na een lunch op een zonnige zomerse dag kunnen we dit volop bevestigen! Nog nooit beter gezeten dan in dit volledig overdekte terras (dus nergens in de zon!) in het landelijke Opglabbeek, te midden van het groen-groen-groen van de prachtige tuin, in een oase van stilte en rust. Verrassend weinig last van bijen, vliegen of ander ongedierte. En dat om te genieten van tweesterrenkwaliteit! Wat wil een mens nog meer?

Nadat de Chef Himself de menukaarten was komen rond brengen (een gebaar van zichtbaarheid, dat wij altijd en overal op prijs stellen, maar helaas veel te weinig meemaken in culinair Europa), boden de hapjes als opener de verwachte toetsen van frisheid en appetijt opwekkende zuurte, op het laatste na – een plakje zalm met een flinke dot pickles erop, die onmiddellijk de hoofdrol voor zich opeiste, en de royale smaken van de rest van het hapje jammerlijk de mist deed ingaan. Ook het voorgerecht, een rondje king krab onder een mousse van kreeft, was braaf en had een interessantere behandeling van deze ingrediënten kunnen krijgen. Zeker op dit niveau!

Maar goed, vanaf dan enkel treffers. Eerst het prachtig gebakken mals duifje uit Anjou begeleid door een assortiment knabbelgare, knapperige zomergroentjes, en dan een pracht van een dessert rond bosbessen: drie verschillende (een cocktail, een sorbet en een smoothie), kleurrijke en explosief smakende bereidingen vulden de tafel voor je. Top! Tot slot kreeg je niet de gebruikelijke lading zoetjes, maar keuze uit twee smaken ijslolly, die bij dit weer meer dan gesmaakt werd.

We keren hier zeker nog naar terug, ware het maar om de kunstjes van het team van chef Meewis eens wat intenser te leren kennen op basis van een volwaardig menu. Maar als lunchplek in het mooie Limburg heeft het alvast zijn sterren verdiend!

Wat anderen vinden van de Slagmolen?
=====================================

Restaurantrecensies van Carla

restaurantrecensiesvancarla

Gourmet Kritik

 

Hostellerie St-Nicolas** (Elverdinge)

Na een mislukte poging twee jaar geleden (een reservatie die totaal de mist was ingegaan) besloten we onlangs om Hostellerie St-Nicolas** een tweede kans te gunnen. Gezien de afgelegen situering combineerden we dit met een overnachting in het 400m verder langs dezelfde Veurnsesteenweg gelegen Hotel Nicolas van dezelfde eigenaars. Alvast een aanrader waar je ’s anderendaags verwend wordt met een van de heerlijkste en meest uitgebreide ontbijten waar we ooit op Belgische bodem hebben van kunnen genieten. Doch dit geheel terzijde 😉

De Hostellerie huist in een modern ogend, even strak en trendy ingericht pand, waar we – gezien het weer dit net nog toeliet – bij het binnenkomen de kans namen om het aperitief te nuttigen op het terras met zicht op de mooi aangelegde tuin met waterpartij. Daarbij kwamen een zevental hapjes met hier en daar een constructie die het meesterschap in de keuken niet kon verborgen houden, maar over het algemeen toch een brave indruk nalieten. We hoopten op beterschap aan tafel. En die was er al snel!

Het eerste voorgerecht van de zevengangen degustatiemenu was er eigenlijk drie! Eerst twee bereidingen van tonijn (in rolletjes begeleid door een chibouste van waterkers met yoghurt, en daarna nog eens in tartaarvorm met Oud Brugge kaas en allerlei variaties van radijs) gevolgd door gefrituurd nieroogkreeftje dat er uitzag als een kadaifi (een wollig ogend gebakje uit de Balkan) met knolselder. Dan pas kwam het (officiële) tweede, maar dus eigenlijk al vierde voorgerecht: pladijsfilet met Alaska king krab, een chinese groene asperge en overgoten met een mooi kreeftensausje. En waar we daarna het meest van verwacht hadden, de gelakte rivierpaling met rode biet en een warme ganzenleverpraline, ging wat de mist in door het wellicht overgemarineerde en daardoor te zuur geworden stukje paling. Spijtig, want met die twee ingrediënten valt veel meer te doen.

Gelukkig maakte de rest van de menu veel goed. Eerst de hoofdmoot onder de vorm van een duifje uit Steenvoorde, waarvan zowel het van binnen mals en van buiten krokant gebakken borststuk, een van de billetjes en een vol-au-vent van (vermoed ik) de restjes, geserveerd werden, samen met een fantastische jus met geroosterde kerrie, een donkere jus die je vaak enkel bij dit soort gevogelte op je bord krijgt. Maar wat voor ons dé klap op de culinaire vuurpijl was, kwam daarna. Eerst lieten we het kaasbordje aan ons voorbijgaan om nog een gaatje vrij te houden voor de twee desserts. Maar dit werd geïnterpreteerd als een afwijzing puur om redenen van goesting, en dus werd het prompt vervangen… door een extra dessert. Maar wat voor desserts! Alle drie perfecte combinaties van koud en fruit, van smaak en textuur, kortom: vakmanschap!

Vermelden we daarbij ook dat de aangepaste wijnformule een aanrader is, en bovendien rijkelijk bijgeschonken wordt. Voor ons geen nood: we hadden “maar” 400m te voet te doen, langs de (helaas ’s avonds onverlichte en toch nog drukke en gevaarlijke, gezien het ontbreken van voetpaden) steenweg naar het hotel. De service is erg attent, informeel en vlekkeloos. Er vielen amper merkbare “pauzes” in het tempo, zelfs al was de eetzaal (waar naar ik schat een vijftigtal couverts hun plaats kunnen vinden) compleet volzet. Enig minpuntje vormt het brood, waarin de smaak enigszins zoek is, en waarvoor je enkel één botersoort en een flesje olijfolie ter beschikking kreeg. Normaal gezien volstaat dit, maar in een tweesterrenrestaurant mag het wel iets meer zijn (meerdere botersoorten? reuzel? een origineel beleg? keuze uit verschillende oliën?).

Het was dus al bij al een aangename kennismaking met de Hostellerie Saint-Nicolas, dat we ergens tussen één en twee sterren zouden durven situeren (een beetje vergelijkbaar met wat die andere bekende Hostellerie** in dezelfde provincie waard is). Gezien de afstand en het weinige in de buurt (toch als je de oorlogslittekens van Ieper en omgeving, of het geweld van Bellewaerde intussen voldoende meegemaakt hebt) zit er niet direct een herhaling in wat ons betreft. Maar voor alle anderen, die het overwegen: een aanrader! Doen!

Wat anderen vinden van Hostellerie St-Nicolas?
==============================================

Aventures gastronomiques

Goûtez-moi ça

Millepat Voyages

Hof van Eten

vierbordjes.be

Travels – Ballroom Dancing – Amusement Parks

Yet Another Blog

Travellings of Love

 

Dôme* (Antwerpen)

Even een lunchke meepikken in Antwerpen? Dan misschien eens in de Dôme*, zo vonden wij. Dit restaurant huist in een prachtig pand, een oud koffiehuis met een eetzaal onder een indrukwekkende koepel dat het geheel aan zijn naam bracht, aan de rand van de Zurenborg wijk, en in de buurt van nog twee andere etablissementen van de Franse chef Julien Burlat: de vis- en schaaldierenbistro Dôme sur Mer, en bakkerij en kruidenierszaak Domestic. Misschien ligt die tijdverslindende ondernemingszin aan de basis van de povere kwaliteit die we voorgeschoteld kregen…

Het begon al met de hapjes die ruimschoots te wensen overlieten. Wat te denken bijvoorbeeld van twee plakjes salami met een toefje pickles? En meestal zijn teleurstellende amuses een teken aan de wand voor wat nog komen moet. Een vuistregel die ook hier maar al te waar bleek te zijn. Voorgerecht was een visie van de chef op de klassieker vitello tonato, maar dan op basis van fijne plakjes varkensspiering, gedrapeerd over een tonijnzalf en rijkelijk met kappertjes bestrooid, naast wat sla en versnipperde olijven. Fris en smaakvol, dat wel. Maar zeker geen blijver.

Dé tegenvaller van de dag bleek echter het hoofdgerecht te zijn: een monsterlijk grote lomp koolvis (“aan de lijn gevangen”, maar so what?), die verder weinig tot geen smaak toebedeeld gekregen had, samen met wat ratte aardappeltjes, stukjes aubergine en een paar druppeltjes saus, die zeker geen ambitie meegekregen had om het smaakgeheel wat op te vrolijken. Resultaat was een droog, vlak gedoe waar maar geen eind aan scheen te komen, zodat we het voorbarig voor bekeken hielden. Van de twee desserten onthouden we enkel het lichte chocoladegebakje met een flinterdunne, krokante ondergrond als een zandgebakje en een streepje crème ernaast. Full stop!

Op geen enkel moment kregen we het gevoel in een sterrenzaak te gast te zijn. Dat er van de veertig beschikbare couverts op een vrijdagmiddag maar een zevental bezet waren, kwam de sfeer al evenmin ten goede. We gaan dus verder niet veel woorden meer vuil maken aan dit restaurant. Er is (veel) beter te vinden in en rond Antwerpen!

UPDATE
=======

Eind 2016 sloot de Dôme zijn deuren, en stond daarmee de facto zijn Michelinster terug af.

Wat anderen vinden van de Dôme?
=============================

Be-Gusto

Avocado van de Duivel

Nettooor

Culinair Atelier ID

Smetty’s Soapbox

Talk of the town

L’Air du Temps** (Liernu)

Chef Sang-Hoon Degiembre is niet uit de media weg te branden. Voert overal gastpresentaties op. Nodigt allerlei collega’s uit om hier hun keukenkunstjes te komen vertonen. En wordt her en der geroemd om zijn unieke en onnavolgbare signatuur. Kortom, L’Air du Temps** mocht niet op ons palmares ontbreken. Dus wij naar het landelijke en afgelegen Liernu…

De trip ernaartoe had trekjes van wat je onderweg naar In De Wulf* tegenkomt: smalle landwegeltjes, waar je elke tegenligger verwenst, doorheen bucolische, heuvelende weiden en velden, en dan plotseling, op een lichte heuveltop, zo goed als compleet geïsoleerd, de omgebouwde hoeve waarop het Aziatische logo je al van verre begroet. Aperitief en amuses werden aangeboden op het onwezenlijk stille terras dat baadde in de zon en een rustgevend uitzicht biedt op de omgeving en de gigantische kruiden- en groententuin van het restaurant. Een zevental hapjes passeerden de revue, en zouden al snel weer vergeten zijn, ware het niet van die ene uitschieter: mossel met friet op de wijze van de chef! Twee stomende mosselschelpen werden aangeboden in een zo’n typisch mosselterrientje, maar niets bleek wat het was: de rook kwam van het verdampend stikstofijs, de schelpen bleken perfect eetbaar en zorgden voor de frietsmaak bij de mosseltjes. Een fantastische en smaakvolle vondst, waar het meesterschap van afstraalde!

In de strak ingerichte eetzaal, die wel – zo konden we buiten vaststellen – met airco uitgerust was, maar daar was weinig van te merken binnenin, word je aan een tafeltje gezet waarover een lederen tafelkleed gedrapeerd is. Alweer een toets die we eerder bij collega Desramaults aangetroffen hadden. Helaas was het hier vergeven van de vliegen, waardoor een flink deel van de maaltijd én de sfeer verkorven werd. We gingen voor het vijfgangen Genèses menu, waarvan de gerechten een mysterie blijven tot ze voor je neus gebracht worden. Het begon met een bolletje noedels met kleine stukjes kreeft, dat ons niet echt “in het gerecht trok”. Een braaf en schuchter begin. Dat werd echter compleet van de kaart geblazen door wat volgde: eerst werd ons (alweer) kreeft voorgesteld, zoals ze net gestoomd was in louter groenten en kruiden. Geen water kwam eraan te pas. Die verdween opnieuw in de keuken, om ietsje later in hapklare stukjes terug te keren, geserveerd in een soepje dat een ware smaakbom bleek te zijn. Een topklasse gerecht!

Toen we daarna een minuscuul stukje duif met wat krokante crumble erop voorgezet kregen, zonder bestek (dus met de vingers te eten – de zoveelste In De Wulf toets) maar met twee pastilles die zich, na overgieten met water, ontpopten tot volwaardige doekjes, dachten we met een tussengerechtje – een wachttijddoder, zeg maar – te doen te hebben. Achteraf gezien ging het hier om het derde voorgerecht: je nam het vleesklompje vast, stak het in je mond, en een paar beten later was het verleden tijd. Zowel op tafel als in je culinair geheugen, helaas…Dit mag echt niet als een volwaardig gerecht bestempeld worden!

Hoofdgerecht waren weliswaar mals gebakken, maar allerminst krokante kalfszwezeriken met een assortiment uien en enkele andere zomergroentjes. Niet echt om van omver te vallen en zeker geen twee sterren waardig. En dit gold tenslotte ook voor het dessert, en de plakkerige, mierzoete uitsmijters bij de rekening. Gelukkig viel deze laatste relatief mee (95 EUR plus nog eens 45 EUR voor de aangepaste wijnen, die erg zuinigjes geschonken, en amper bijgevuld werden), maar toen was het kalf voor ons al lang verdronken.

Nee, L’Air du Temps heeft/had het niet. Zeker geen tweesterrenervaring om van na te dromen. Eén kunststukje bij de hapjes, en één smaakexplosie bij de voorgerechten is daarvoor compleet onvoldoende. Wij gaan het zelfs geen tweede kans gunnen. Er is beters genoeg te vinden dichter bij de deur.

Wat anderen vinden van L’Air du Temps?
=====================================

Be-Gusto

Le Gourmand Belge

Flip’s Fucking Foodblog

Belgian Taste Buds

CenC Culinair

Coolinary.be

WBP Stars

Very Good Food

Au goût d’Emma

restaurantrecensiesvancarla

purefood

Pure C* (Cadzand)

De eerste zijstap van Sergio Herman, toen die nog de sterren van het culinaire firmament aan het koken was in zijn Oud Sluis***, was restaurant Pure C* in het Strandhotel van Cadzand, met zicht op zee. Daar gaf hij het bevel van de keuken aan zijn sous-chef Syrco Bakker, die er zowel een gastronomisch restaurant als een loungebar in onderbracht. In deze laatste krijg je de gerechtjes tapas-gewijs op je tafel geserveerd, waar je ze kunt delen met al je disgenoten. Wij gingen voor het restaurant, dat intussen al sedert 2012 zijn eerste ster binnen heeft. En het werd het zesgangen menu (79 EUR/persoon + 45 EUR voor aangepaste wijnen), waar ook een achtgangen variant van bestaat.

Helaas kozen we daarvoor een snikhete zomerdag uit, denk aan zo’n 33°C in de schaduw. En dat zullen we geweten hebben! Van airco geen spoor in deze nochtans rijkelijk van glaspartijen voorziene ruimte. Resultaat: van de eerste hapjes tot het dessert was het puffen en zweten geblazen. Een spijtige vergetelheid voor dit soort etablissement, vinden wij. Gelukkig maakten de gerechten een en ander nog goed.

Het trio hapjes was opgebouwd uit een algenkrokantje met rozenbottel en zeekraal, een Gilardeau oester met duindoornbes, ruccola, boekweit en geitenkaas, en een wat flets en vlak smakend stukje wortel met crème cru en dukkah (een Egyptisch kruidenmengsel). Lekker, zonder meer. Maar niet echt aanzetten tot genialiteit of subliem smaakstuntwerk.

Het eerste voorgerecht werd gedomineerd door een Carabineros reuzengamba, waarvan het ontpelde lichaampje op het bord terecht kwam, en de gegrilde kop ernaast gegeven werd. Dit laatste leek ons een vrij overbodig en niet echt smakend extraatje te zijn (zelfs al werd daar in het kader van het wijnassortiment een apart glaasje sherry bij geserveerd – dus twee verschillende wijnen bij één gerecht!), dat enkel zorgde voor een vuil tafellinnen en (ondanks het meegegeven servetje toch nog steeds) vettige vingers. Maar de smaken van de bijhorende verveine, algen en limoen zaten goed, zelfs uitstekend!

Daarna kwam een sneetje West-Vlaams rood rund met gerookte Oosterscheldepaling (een fantastische combinatie!), dat zowel in een los stukje als ingewerkt in een mousse die het plakje rund opvulde, en bietjes. Alweer een voltreffer! Een etiket dat we zeker ook het derde voorgerecht gunnen: Suino Nero di Calabria varkensvlees met spinazie, tarwegras, paddenstoelen en een hoeve-eitje. Een meesterwerk en een smaakbom!

Hoofdmoot vormde een stukje zeewolf met sambal, vlierbloesem en wat aan tafel bijgeraspte zeste van limoen. Een mooie bekroning, dat de twee desserts niet meer konden overtreffen: een sneetje gebak “Ready for the Future” op basis van aardbei, kokos en yuzu, en tot slot een verrassend bevroren blaadje sla (!), begeleid door selder, appel, pistache en kalamansi (een Aziatische soort appelsien). Niet alledaags, noch qua ingrediëntenkeuze als qua smaak, maar wel een geslaagde afsluiter!

Pure C is dus zeker voor herhaling vatbaar… maar dan in minder tropische omstandigheden!

Wat anderen vinden van Pure C?
==================================

Be-Gusto

Brugse Vertellementjes

Cookanista

One Life Live It

Tuur met pruimen

elidesc

ziezózon

Belgian Taste Buds

marcus kookt

WBP Stars

Culy

Rusty’s blog

Cuberdon & Macaron

San’s blog

Hof van Cleve*** (Kruishoutem)

Sinds onze mindere belevenissen in de Karmeliet*** hadden we (bewust of onbewust) de Belgische driesterrenzaken even aan de kant gelaten. Maar daar passen we deze zomer eindelijk een mouw aan: zowel het Hof van Cleve*** als de Hertog Jan*** staan op het programma! Onlangs was de eerste aan de beurt. En het was met een bang hartje dat we op weg naar Kruishoutem gingen…

De sterrenzaak van mediafenomeen Peter Goossens ligt afgelegen. And I mean, werkelijk afgelegen! Beide landweggetjes ernaartoe bieden amper plaats voor één wagen, laat staan voor een exemplaar van 2,2 meter breed! Maar goed, we zijn er zonder schrammen geraakt. De ontvangst bleek hartelijk en joviaal. Geen stijf gedoe, geen etiquette, geen hautain gedrag. We kregen een plekje in de gezellig ingerichte tuin, waar we de huisaperitief (op basis van vlierbessensiroop en champagne) en een vijftal hapjes geserveerd kregen: combava (een Indonesische citrus) met munt en pompelmoes, zachte krab met limoen en vadouvan (een gefermenteerd kruidenmengsel van Indische oorsprong), een fijn sneetje wagyu rund dat een luchtige en frisse room van sesam en parmezaan omvatte, een stukje maatje met snijboon en groene appel, en tot slot een kippenlever met sjalot en schaaldier. Juist, ja! Half omvergeblazen wachtten we onze beurt af om naar de tafel begeleid te worden. Dit kon niet meer stuk!

Binnenin is het Hof van Cleve een strak ingerichte entiteit van twee verbonden kamers, heerlijk fris gehouden met de nodige airco power (geen nutteloze luxe bij zomerse temperaturen, zo zouden we enkele dagen later tot onze spijt moeten vaststellen in de Pure-C*), en opgesmukt met werken van bekende Vlamingen (Roger Raveel, Hugo Claus,…) aan de muren. We gingen voor de vijfgangenversie van de menu Frisheid van de Natuur, die je ook in 7 gangen kunt nemen. Maar gelukkig deden we dat niet. Door de talrijke extraatjes en tussengerechtjes kun je die vijf gangen amper de baas. Broek- en hemdknopjes wezen dus bij deze gewaarschuwd!

2014-07-16 13.20.01 2014-07-16 13.34.12

De opener was meteen ook de klepper van het menu: Schotse zalm “Label Rouge” met miso, kropsla en gember. Een langwerpig stuk vormde de hoofdmoot, maar je kreeg die ook onder de vorm van een tartaar in een bijhorend potje en zelfs als een derde variant in een volgend bord! Een ware explosie van smaken, waar we echt even stil van werden. Een onwezenlijk lekker gerecht! De op steen gebakken stukjes roggebrood met een vleugje Trappist van Westmalle erdoor, samen met hoeveboter “Boer Haerinck”,  gezouten boter “P. Bellevaire” of een speciaal voor het Hof van Cleve geselecteerde ongefilterde olijfolie vervolledigden het prachtige gastronomische samenspel.

2014-07-16 14.05.15

Tweede (eigenlijk al vierde) voorgerecht was met de lijn gevangen zeebaars met venkel, bellota en een op bouillabaisse geïnspireerde saus. Alweer een voltreffer van smaken, evenals het hoofdgerecht, een stukje geselecteerd rundvlees met erwt, merg en uitjes uit de Cévennes.

2014-07-16 15.09.59

Na een “voor-dessertje” (het zoveelste ongevraagde tussendoortje) kwam als eerste dessert aardbei “Gariguette”, begeleid door citroen, verbena (een kruidachtige bloemplant) en hammam thee. Daarna kwam nog een afsluiter met “Boa Sentença 65%” chocolade, griotte (een soort kers), rode biet en pistache noot.

Moeilijk met woorden te vatten wat we hier culinair meegemaakt hebben, maar het is zeker wereldtop! Met op het einde de Chef Himself die (compleet overbodig) aan je tafel komt polsen of alles wel naar wens was, en het niet te min vindt om met iedereen in de zaal een ongeforceerd praatje te slaan. Een geapprecieerd gebaar dat we te weinig tegenkomen in sterrenmilieus (enkel bij In De Wulf* en Hostellerie Le Fox** genoten we van een gelijkaardig voorrecht van respectievelijk Kobe Desramaults en Stéphane Buyens).

Kortom, het Hof van Cleve is zijn drie sterren meer dan waard. Het doet je op slag de (meer dan stevige) prijs vergeten (195 EUR per persoon, plus eventueel nog 90 EUR voor het – weliswaar telkens rijkelijk bijgevulde – wijnassortiment, en het kan dus nog stukken duurder). Hoeft het gezegd dat we hier zeker nog terugkomen?

Wat anderen vinden van het Hof van Cleve?
======================================

Elizabeth On Food (omtrent hetzelfde tijdstip als ons – even indrukwekkende – bevestigingsbezoek)

One Life Live It!

Be-Gusto

WBP Stars

Belgian Taste Buds

Coolinary.be

Witch

vaut le voyage

Patricks Gastronomische Blog

The Wandering Epicures

houbi.com

Pascal Sagaert’s Hospitality Blog

Eyckerhof* (Bornem)

In de hoek tussen Rupel en Schelde, op enkele honderden meter van de nochtans erg drukke Rijksweg die Willebroek met Temse verbindt, kom je terecht in een oase van rust en groen. Die meters gaan over een smal weggetje tot aan restaurant Eyckerhof*, waar chef Ferdy Debecker al bijna 25 jaar lang zijn Michelinster koestert.

Wat ons vooral intrigeerde, was het Seizoen & Smaak menu: 55 EUR per persoon voor aperitief met hapjes, twee voorgerechten, hoofdgerecht, dessert, aangepaste wijnen, water en koffie met zoetjes! En dat in een omgeving met sterrenkwaliteit! Onmogelijk, dachten wij. Wellicht worden we daar als een stelletje Bongobontoeristen afgehaspeld, door de mangel gedraaid en binnen de kortste keren terug naar de parking geloodst. Niets bleek minder waar!

De Damia cava werd onder het groene bladerdak van het rustgevende terras opgediend, midden het groen en het natuurleven (konijntjes op het gazon, een familie fazanten langs de straat,…). Eerste hapje was een macaron met ganzenpastei, die zalig oploste in de mond. Het tweede hapje (een veel te warm en flets smakend erwtensoepje waar maar geen eind aan leek te komen) liet echter het ergste vermoeden. Gelukkig bleek het achteraf de enige (kleine) miskleun van de avond geweest te zijn!

Binnenin bleek het Eyckerhof te bestaan uit een drietal eetzaaltjes waar zo’n – schatten wij – dikke veertig couverts konden in ondergebracht worden. Eerste voorgerecht was de chef’s visie op de klassieker vitello tonato, flinterdunne reepjes kalfslende die een tonijnpasteitje verborgen hielden en begeleid werden door schijfjes tomaat van allerlei soorten, kleuren en smaken. Knal erop! Licht, fris, kleurrijk, en een matige portie die toch in staat was om de eerste honger te verdrijven. Dit werd gevolgd door prachtig makreelgerecht in een sausje van bloemkool en filet d’Anvers, dat je van bij de eerste beten compleet van de kaart blies. Een onwaarschijnlijke smaakbom!

Als klap op de vuurpijl kregen we koolvis met een scheermesje (het schaaldier, niet het Gilette product, wel te verstaan!), wullok en een heerlijk verse minestrone van groentjes. Puur, smaakvol, af! Bij elk van deze drie gerechten kwam een glas witte wijn, waarvoor ook niet bepaald afgedongen werd op de kwaliteit (Alsace, Stellenbosch en Languedoc). De service daarbij was onberispelijk, ongevraagd op een redelijk tempo (zo hebben we het graag) en attent.

Nee. Naarmate de avond vorderde, konden we minder en minder geloven dat dit allemaal voor 55 EUR aangeboden werd. We verwachtten ons aan een paar verborgen extraatjes op de rekening, maar nee, hoor. De enige eis in ruil betrof het enkel aanvaarden van cash betaling voor deze menu. En dat hebben we er graag voor over! Eyckerhof heeft geen ambitie voor een tweede ster, en dat merk je. Maar het komt ten volle zijn ene ster na, en dat voor een onwaarschijnlijk lage prijs in een prachtige omgeving in de volle natuur maar toch vlot bereikbaar. Wij noteren de bestemming met stip, en komen hier zeker nog naar terug!

Wat anderen vinden van Eyckerhof?
===============================

be-gusto

Tarte Helene

Aventures gastronomiques

paperblog

De Tijd